Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

wegvoering gedeeld te hebben (1). Woest wierpen de krijgslieden zich op den zachtmoedigen jongeling; zij poogden hem het blanke kleed zijner orde af te rakken; maar deze klemde zich vast aan het hem overdierbaar gewaad. Hij had het gekozen als de uiterlijke belijdenis zijner innerlijke verlangens; het was geheiligd door vele voortreffelijke dienaren Gods, hij had het, meer dan een ridder zijn geslachtswapen, lief: er bleef geen twijfel meer; onder geene voorwaarde zou hij het verlaten. Door deze vastberadenheid en licht ook door de vermanende stem der ontwaakte broederliefde bewogen, dreven de aanvallers hun geweld niet verder. Hun gevangen broeder op een hunner paarden plaatsend, vertrouwden zij hem toe aan een sterk geleide. En men hield zuidwaarts aan naar Rocca di S. Giovanni, een burcht der Aquino's (2). Getroost op 's Hemels hulp ging de Heilige zijn duister lot te gemoet.

Te Rocca di Monte S. Giovanni, aan den rechteroever der Liri verbeidde gravin Theodora met angstig ongeduld haren zoon. Zij zag hem van verre naderen in zijn kloosterkleed tusschen den bontkleurigen ruiterstoet. Zij had gezegepraald, zij wilde zegepralen ten einde toe: zij drong aan, dat de Heilige het dominikaner ordekleed zou afleggen en voor immer. Hoezeer de moederlijke wensch Thomas steeds een wet was, thans riep hem een hoogere stem. Ernstig stond hij in zijn waardig plichtbesef tusschen het ongestatig getij van hartstocht en al te baatzuchtige verlangens. Die vastheid kwetste Theodora's hooghartigheid; en hieruit ontstond voor den Heilige een harde strijd. Het ouderlijk kasteel werd een kerker. Alles werd beproefd om den standvastige te doen wankelen (3).

Graaf Landulf wilde zijnen zoon volstrekt tot een ander levensplan brengen. Thomas mocht het benedictijner gewaad dragen; wereldlijke kleederen werden hem aangeboden; maar het kloosterkleed van den H. Dominicus moest en zou hij af-

(1) Barth. de Capua, I. c. — Gérard de Frachet, 1. c. en Ptol. Luc. XXII, 20, verhalen, dat ook Johannes Teutonicus, generaal der Predikheeren, den H. Thomas vergezelde.

(2) Ptol. Luc. 1. c; De Tocco II. 9.

(3) Ouem cum vidisset (mater) cum gaudio nee posset ipsum inducere ad habitum deponendum, fecit ipsum custodiri sub bona custodia .... usque ad rediturn filiorum. Interim tarnen per di versa fecit moveri eum etc. De Tocco. II, 9.

Sluiten