Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

bij een zeer ingewikkeld vraagstuk bevatte; men achtte die weinige regelen belangrijk genoeg om ze meester Albertus zei ven voor te leggen. Deze beschouwde dit kleine blad, de eersteling der duizenden, waarop zooveel uitmuntende vernuften met welgevallen en stillen eerbied hun blikken zouden laten rusten. Blijdschap doorstroomde het gemoed van den scherpzinnigen man, wiens adelaarsoog met één blik de diepte van het jeugdig genie peilde. Hij wilde de waarheid in een schitterenden wedstrijd onthullen, en begon met den uitverkoren leerling eene zeer ingewikkeide stelling ter verdediging aan te wijzen. Binnen één dag moest deze voor het wetenschappelijk tornooi strijdvaardig zijn. Thomas zocht de eer te ontwijken. De gehoorzaamheid echter liet hem geen uitweg open. Toen richtte hij zijne schreden naar de kloosterkerk, om daar, gelijk hij bij grootere gebeurtenissen placht, licht en kracht te putten uit het gebed. Voor het altaar nedergeknield, bad hij met kinderlijk geloof, en beval God den uitslag zijner onderneming vertrouwvol aan. Aldus gesterkt zette hij zich rustig in zijne studeercel neder, om door ernstige voorbereiding van den opgelegden plicht zich waardig te kunnen kwijten (1).

Het uur sloeg en de jeugd kwam samen.

Door de geruchten, omtrent de gedaanteverwisseling van hun „siciliaanschen os" in omloop, waren ook de spotters aan het twijfelen gebracht: met middeleeuwsche belangstelling verbeidden allen den uitslag. In het midden der levendige toeschouwers was waardig en kalm meester Albertus gezeten. Nu ontsloot zich de gulden mond der christelijke wijsbegeerte. Het latijn herinnerde niet zeer aan Latium's gouden eeuw, doch men hoorde een zinrijke, kernige taal, voor juiste, schoone denkbeelden geschapen. Uit Thomas' woord klonk geen muziek, maar fonkelde licht. Helder en afdoend was zijn betoog; met zijn geniale denkkracht scheidde hij waarheid en schijn, licht van duisternis. Zonneklaar stelt hij bedenkingen voor: beantwoordt ze tegelijk; de geestdrift voor de doorschouwde waarheid bezielt hem; in zijn ijver overschrijdt hij zelfs de grenzen, den leerling bij zulke wetenschappelijke schermutselingen gesteld. Bewonderend, gelijk zij, die kennen, sloeg meester Albertus dit alles gade, maar zijne gewaarwordingen hield hij nog verborgen. Hetzij tot handhaving

(i) De Tocco, III, 13.

Sluiten