Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

„Wanneer iemand nu ziet, dat uit zulk een begin zulk een „vrucht is gevolgd, als de bekeering der wereld tot Christus, „en hij hierna nog andere teekenen vraagt om te gelooven, zoo „is zijn hart harder dan steen, daar bij Christus' dood zelfs „rotsen gespleten zijn. Hierom zegt de Apostel: Het woord des „kruises is wel voor die verloren gaan eene dwaasheid, maar „voor die behouden worden, dat is voor ons, eene kracht Gods (1)."

Vervolgens worden de wijsheid en kracht Gods in den arbeid der arme, zwakke apostelen geprezen, en in de bekeering van wijzen en eenvoudigen de triomf van stille, algeheele overgeving des harten aan God over menschelijken trots en zelfverheerlijking, en diervolgens ook nauwer vereeniging der ziel met haren Schepper, in dieper opvatting van zedelijk leven bewonderd.

Ten slotte toont ook deze Verhandeling tegen de Saracenen, hoe de Aquiner schroomde, dat het heilige des geloofs door redeneeringen tegenover lieden zonder gepaste stemming zou worden ontwijd. Daarom wilde hij, dat men met Muzelmannen niet meer dan noodzakelijk was over de H. Eucharistie zoude spreken.

Thomas behield hier eene zekere disciplina arcani (2).

(1) S. Thom. Aquin. Contra Graecos et Saracenos, cap. VII.

(2) Contra Graecos et Saracenos, cap. VIII.

Sluiten