Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

rust. Hoe hoog de dichterlijke Plato zweeft, wat keur van stijl zijn schoone theorieën nieuwe schoonheid geve, hoe stout hij de wieken reppe naar de wereld der idealen, Aristoteles sticht met zijn rustig en bondig betoog de waarheid op hechter grondslagen: de eerste, te geneigd om uit de idee het bestaan te scheppen, schenkt voor bewijzen somtijds gouden droomen; de andere, steunend op stellige gegevens en feiten, en voortgaande langs de zekere paden van een geregeld betoog, boeit u niet door zijn dichterlijke vlucht, maar overtuigt als een voortreffelijk wijsgeer (1). — De leeraar der atheensche Akademie hult bovendien zijne denkbeelden opzettelijk, naar den trant veler oude wijsgeeren, in mythen en verbloemde taal; zijne schoonste leerstellingen zijn vaak in deze duisternis en raadselachtige nevelen gewikkeld; daarentegen is de beroemde meester van het Lyceum een vijand dezer methode; alom verkiest hij een heldere, onbewimpelde voorstelling der waarheid boven de vernuftigste, sierlijkste verbloeming: is de platonische wijsbegeerte een hemelsche jonkvrouw, zij draagt den half-oosterschen sluier over het schoone gelaat, terwijl de aristotelische haar edel voorhoofd slechts hult in helder licht der waarheid (2). — Wat eindelijk den stijl betreft, onbetwistbaar heeft de wijsgeer van Athene „goddelijk" grieksch geschreven; zóó — zeide men — zou Jupiter spreken, indien hij grieksch sprak; tot heden is Plato in zijne soort een onovertroffen kunstenaar. Hoezeer men echter die schoone taalvormen en de beroemde dialogen prijst, de grootere bruikbaarheid der platonische werken voor de

(1) S. Thom. Aquin. Q. Disp. De spir. Creaturis, a. 3; Metaph. I lect. 5; De Coelo et Mundo, II, 12. — De Generatione et Corruptione, I, 3, n°. 8 wordt de minderheid, in enkele deelen der wijsbegeerte, van Plato tegenover Demokriet toegeschreven aan Plato's itiexperientia, «qua scilicet, circa intelligibilia intentus, sensibilibus non intendebat, circa quae est experientia«.

(2) De heilige Augustinus zegt: Cum enim magistri sui Socratis ... notissimum morem dissimulandae scientiae vel opinionis suae servare affectat (Plato), quia et illi ipse mos placuit, factum est ut etiam ipsius Platonis de rebus magnis sententiae non facile perspici possent. De civit. Dei, VIII, 4. Vgl. ook Albertus M. De Anima, L. III, L. III, tr. II, — S. Thom. Aquin., Metaph. L. I, 15; L. VIII, 10. lect. 1. — Metaph. L. III, lect. 1. — Metaph. L. III, lect. 11 gispt de Heilige Plato »et alios hujusmodi, qui tradiderunt suam doctrinam sub quibusdam aliis rebus» en zegt: x>si quis contra dicta eorum disputaret secundum quod exterius sonant, ridiculosa sunt. Si vero aliquis velit de his inquirere secundum veritatem immanifesta est.«

Sluiten