Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

grooter breedte van feiten en over eene ontzaglijke menigte bijzonderheden heldere stralen werpen; de helderheid der beginselen zeiven werd op psychologisch en ethisch gebied niet overtroffen. En de thomistische metaphysica schijnt de beloften te hebben eener eeuwige jeugd. Zeer harmonisch zijn wijsbegeerte en godgeleerdheid in de éénheid der Summa theologica verbonden. Daar heerscht een zoo treffende samenwerking van geloof en rede, dat niemand kan nalaten hier te bewonderen, hoe nauw godsdienstwetenschap en wijsbegeerte zijn vermaagschapt aan het waar geloof, en welk eene verheffing onze natuurlijke denkkracht verwierf, door den zegen van Hem, die zich zeiven den Weg, de Waarheid en het Leven noemt.

Was het mogelijk zonder schennis van het heilige Mysterie, de rede toe te laten tot de studie van het geloof en der onuitsprekelijke Geheimen?

Oppervlakkig schijnt het streven rationalistisch en overmoed. Zij, die de Summa theologica van nabij zien, vinden haar geheel doordrongen van den levensadem des geloofs. Staart ons oog in den oceaan, dan dringt dit aan het strand wel tot den bodem door, doch de volle zee verbergt ons hare geheimen: toch bestaat ook daar een grond der breede wateren, maar onze blik is te zwak om deze diepten te peilen. Aldus heeft, volgens Dante's schoone vergelijking, alle geloofsleer een vasten bodem in Gods wijsheid en waarheid, al blijft deze heilige diepte voor den beperkten blik onzer aardsche denkkracht verholen. Geen enkele bladzijde der Summa, die niet geheel door dit hoofdbeginsel aller geloovige wetenschap werd ingegeven. Niets kon den heiligen Leeraar verwerpelijker toeschijnen dan het geloof door onderschatting van 'sHeeren majesteit in valsche wetenschap te misvormen. Zijne uitspraken hierover zijn zeer duidelijk. Bewijzen — zegt hij — kan men wel de geloofwaardigheid der bovennatuurlijke geheimen, maar de bovennatuurlijke waarheden in zich zeiven te doen begrijpen vermag niemand (1). Dit ware

(i) Dicendum quod ea quae subsunt fidei, dupliciter considerari possunt. Uno modo, in speciali: et sic non possunt esse simul visa et credita. Alio modo, in generali, scilicet sub communi ratione credibilis. Et sic sunt visa ab eo, qui credit; non enim crederet nisi videret ea essa credenda, vel propter evidentiam signorum vel propter aliquid hujusmodi. S. Theol. II. II. q. I, 4 ad 2. Utitur sacra doctrina etiam ratione humana: non quidem ad probandum fidem, quia per hoe tolleretur meritum fidei. Ibid. I, q. I, 8, ad 2.

Sluiten