Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

schouwing hiernamaals worden ontsluierd; doch tegelijk poogt hij reeds op aarde eene flauwe schemering der hemelsche zon te aanschouwen in de harmonie dier bovennatuurlijke waarheden onderling; in de waarschijnlijkheidsgronden, die het natuurlijk begrip er voor aangeeft; in de bewijsvoering, hoe onvoldoende alle tegenwerpingen zijn, waarmee de menschelijke rede zich tegen Gods geopenbaarde Leer poogt te kanten. Aristoteles met zijn machtigen invloed op de middeleeuwsche wetenschap wordt door de Summa een dienaar van Christus, niet in schijn door eene misvorming der christelijke leer, maar in waarheid: en het was geen geringe triomf van Thomas' genie en van het Christendom tevens, dat de scherpzinnige Stagyriet, waar zijne wijsgeerige stellingen vaststaan, een bondgenoot blijkt der evangelische leering, wier bovenaardsch licht de grieksche grondstellingen zuivert, ze rijker ontwikkelt en als wijsheid eener hoogere orde zoo verre overtreft.

Voor de christelijke zedenleer was de Summa een zout der aarde.

Rijn en Donau, Opper-Italië, Zuid-Frankrijk, Spanje, Engeland en Nederland werden aangetast door valsche leeringen, die hier door overdrijving daar door verslapping het reine ideaal van een waarachtig christelijke levenswijze verduisterden. Tanchelm, Petrus van Bruis, Petrus Waldus, Gerard Segarelli, Arnold van Brescia; Albigenzen, Waldenzen, Katharen, Petrobrusianen, Apostolieken, Broeders en Zusters van den vrijen Geest en nog anderen verbreidden het kwaad. Naast en deels uit de nieuwe sekten ontstond eene ascesis, die eisch en recht des levens voorbijzag; eene mystiek, die op ongeregelde verbeelding dreef; een piëtisme, dat overspannen was tot het waanzinnige. Met een schijn van vrijheid gemaskerde bandeloosheid trok de menschen naar tegenovergestelde dwalingen. Los leven maakte ook de beginselen los; oostersche weelderigheid; dartelende liederen van rondtrekkende broodzangers; kwade voorbeelden ook van bedienaren des heiligdoms en haat tegen kloosterlingen gaven beurtelings aan eene te strenge zedenleer en aan eene verslapte voedsel. Tusschen deze dwalingen verrijst de Ethica der Summa als een lelie tusschen de doornen. Niet als zou zij, met hare nauwkeurige rangschikking en louter wetenschappelijk wikken en wegen, onmiddellijk in de volksziel gaan; met dit doel werd de Summa theologica niet geschreven. Doch geleerden, priesters en allen, die den medemensch ten goede zochten te leiden,

Sluiten