Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

en het Compendium der Theologie aan Reginald van Piperno (1). Het eigenaardige dier geschriften is niet uitsluitend hun hooge wetenschappelijke waarde, noch hun groote beteekenis voor het leven en den strijd van de XlIIde eeuw, maar tevens en zeer voornamelijk, dat zij, voor hunnen tijd op doeltreffende wijze vervaardigd, een ongewoon helder licht verspreiden over vraagstukken, waarvoor zoovele tijdgenooten vruchteloos eenige opheldering zoeken, terwijl zij mat rondzwerven in een labyrint van altijd wederkeerende en door elkander warrende stelsels. Een leerzaam en stil gemoed zal daarenboven menige bladzijde dier te weinig bekende geschriften niet kunnen lezen zonder godsdienstige ontroering, als bij eene stem uit den hooge.

Enkele Kleinere Werken hebben wij reeds besproken; van eenige andere zal later gewag worden gemaakt. Allereerst vermelden wij hier de schoone verhandeling Over het bestuur der Vorsten (2).

Het geschrift, onder dezen titel aangeduid, bestaat uit vier boeken, maar alleen geheel het eerste boek en het tweede tot de helft van het vierde hoofdstuk zijn door den Heilige zeiven vervaardigd. Het overige wordt aan een zijner leerlingen, en veelal aan Ptolomeus van Lucca, toegeschreven. Het werk, omtrent 1266 begonnen, was bestemd voor prins Hugo II, uit het huis van Lusignan. Toen de toekomstige koning van Cyprus ditzelfde jaar, op veertienjarigen leeftijd, met het aardsche leven zijn kroon en rijk verliet, brak Thomas zijne verhandeling af(3).

Voor de kennis der thomistische staatsleer is het boek Over het bestuur der Vorsten van zeer groote beteekenis.

De natuur zelve — zoo betoogt de Aquiner — heeft den mensch tot een maatschappelijk wezen gevormd. Met elkander vereenigd streven wij naar het algemeen welzijn. Voor de eenheid van dit maatschappelijk streven is een bestuur noodzakelijk. Dit bestuur kan in de handen eener menigte, of eeniger grooten

(1) Vgl. S. Thom. Opp. t. XV en XVI en S. Thomae Opuscula selecta (Lethielleux 1881), t. I en III.

(2) De regimine Principum.

(3) S. Thom. Aquin. Opp. t. XVI, p. 225. — Vgl. Ptol. Luc. H. E. XXIII, 13; Barth. Logoth.; Triveth; S. Antonin. etc. — Quétif et Echard, Script. Ord. Praed. t. I. 336. — De Rubeis, Diss. in Opuscula, IV, 1. — Het Opusculum is afgewerkt door den H. Thomas tot: Opportunum est igilur in conversatione humana etc.

Sluiten