Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

liefde niet langer meester, de eindelooze goedheid van den lijdenden Verlosser treft hem te overweldigend. Al zijn verstand is gekluisterd aan den God van matelooze ontferming. Het is geheel verslonden in de beschouwing van het eindeloos beminnenswaardig voorwerp zijner eenige liefde; het lichamelijk leven schijnt onderbroken, een zachte dauw van tranen zijgt neder op het met hemelschen glans omschenen gelaat. Hoe nietig was in die te snelle oogenblikken de ijdele wereld! Zóó dronk hij den kelk der zegening. Dan keerde hij tot de aarde terug, waar hem geen andere troost bleef, dan zijn gemoed bijwijlen lucht te geven door vurige verzuchtingen en tranen eener ongekende verteedering en door rusteloos te arbeiden voor zijnen Heer (1).

Liefde voor God was de grondtoon van Thomas' innerlijkst wezen. Wat hij leerde, heeft hij geleefd, de boven alles uitmuntende waarde der liefde (2).

Eens sprak hij tot zijne leerlingen en kloosterbroeders: „De „liefde pleegt den minnende in het beminde te herscheppen, zoo„dat wij nietswaardig en onbestendig worden, wanneer wij lage en „broze zaken beminnen: sij aijn verfoeielijk geworden, als dat„gene, wat sij beminden, zegt de profeet Oseas. Hebben wij „echter God lief, dan worden wij Goddelijk, want die den Heer „aanhangt, is e'en geest. — Gelijk nu de siel het leven des

„lichaams is, aldus God dat der siel, zegt de H. Augustinus

„Aldus werkt de ziel krachtig en volmaakt, wanneer zij werkt „door de liefde; en zonder de liefde werkt zij niet, want die niet „bemint, blijft in den dood. Zou dus iemand alle gaven des H. „Geestes bezitten zonder de liefde, hij hadde het leven niet. „Noch de genade der talen, noch die des geloofs, niets schenkt „zonder liefde het leven. Een lijk met goud en edelgesteente „getooid, blijft immers zonder leven.... Die liefde tot God is „nimmer werkeloos: sij volbrengt groote dingen, waar sij aan„wesig is; weigert sij arbeid, dan is het de liefde niet, segt de „H. Gregorius. Een klaar bewijs van liefde dus is de vaardigheid „in het volbrengen van Gods bevel.... De liefde tot God is ook „een toeverlaat bij tegenheden; want hem, die de liefde bezit, „schaadt de rampspoed niet, maar brengt hem heil aan, gelijk

(1) De Tocco. V, 28; VI, 30, 34, 35.

(2) Summa theol. II. II, 23, 6.

Sluiten