Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

De mensch vergaat; onvergankelijk is alleen het gemeenschappelijk verstand — intellectus.

Voor de levenspraktijk zocht Siger deze droeve gevolgtrekking te ontwijken door zijne toevlucht te nemen tot het christelijk geloof, dat de onsterfelijkheidsleer bewaarde tegen de verwoesting der averroïstische wijsbegeerte. Dit bracht evenwel in de verhandeling van den parijschen leeraar: Over de intellectieve siel, eene tweede dwaling naar voren, de theorie namelijk van tegenstrijdige waarheden. Hoe menigmaal had ook de Aquiner bewezen, dat er eene tweevoudige waarheid is, zonder echter die tweeheid als een tegenspraak van waarheden te verklaren, doch enkel als een verschil der wezens in hun vatbaarheid voor die waarheden. God ziet en doorschouwt met zijn oneindige wijsheid dingen, die voor het eindig begrip ondoorgrondelijk zijn. Dit is de grond der mysteriën. Doch geheimenissen des geloofs en doorgrondelijkheden onzer rede zijn éen waarheid in God. Daar is geen dubbele, in den zin van tegenstrijdige, waarheid (1).

Wanneer men den drang der idee tot daad vergeet, beschouwt men sommige bespiegelingen van wijsgeeren gaarne als louter schoolsche oefeningen of akademische beschouwingen zonder gevolg. Nevel om de kruin van het gebergte. De averroïstische wijsbegeerte, die in Siger te Parijs haar invloedrijksten leeraar vond, leverde een nieuw voorbeeld van het tegendeel. Langs de lagere hellingen kwam de wolk neerdrijven en den klaren dag verduisteren in de dalen, waar het volk leeft en handelt. Zoo wist men destijds te verhalen, hoe de averroïstische idee daad werd in een ter dood verwezen krijger. Ondervraagd, of hij niet verlangde, dat zijne ziel van misdaden mocht gezuiverd worden, hernam hij, dat hem dit niets kon deren: was de ziel van St. Petrus zalig, dan zou ook hij de zaligheid verwerven. Dit zeide hij, steunend op de numerieke eenheid des verstands, waaruit hij besloot tot een gelijkheid van lot hiernamaals (2).

Het geval moge waar zijn of verdicht, de Aquiner hield zich

Boek zegt: Intellectus possibilis est quo hic homo formaliter intelligit. — Over den schijnbaar zoo vreemden, maar feitelijk diepen zin van den term possibilis, vgl. S. Thom. C. Gent. II, 62 en 76; Summa theol. I, 54, 4.

(1) Vgl. boven bl. 159.

(2) De Tocco, IV, 19: Si anima B. Petri est salva et ego salvabor; quia si uno intellectu cognoscimus, uno fine exitii finiemur.

Sluiten