Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

van den grooten leeraar te bezitten, toont oprechten eerbied en trouwe verknochtheid (1).

Wilde Dan te deze goede verstandhouding zinnebeeldig voorstellen in zijne Divina Commedia?

De hooge zanger, met Beatrix de zon inzwevende, ziet zich door jubelende uitverkorenen omkranst. Thomas van Aquino stelt met hemelsche hoffelijkheid aan den vreemden bezoeker van het Paradijs zijne genooten voor en onder hen, met loffelijke woorden, la hice eterna di Sigieri, Siger in het eeuwig licht (2).

Welke beweegredenen had de Aquiner om den man, wiens leer hij als eene gevaarlijke dwaling op aarde telkens had moeten venverpen, in den hemel als eenen leeraar der waarheid te prijzen? De verklaarders van Dante mogen deze vraag, in verband met de nieuwste gegevens aangaande meester Siger, beantwoorden. Meer dan waarschijnlijk geeft Dante aan zijn sympathie den vorm eener lofspraak door den Aquiner (3).

Thomas is en blijft, verder gezwegen over Siger van Brabant, de machtige voorvechter der christelijke waarheid bij den strijd, dien zij te voeren had tegen arabisch-aristotelische wijsbegeerte en vele door deze opgeroepen antichristelijke machten.

Sylvester Maurus, die scherpzinnige Aristotelist, stelt den Aquiner voor als een held, die den arabischen wijsgeeren de Herculesknots ontwrong, waarmee zij de Christenheid dreigden; wat de geleerde Jezuïet hier teekent in renaissance-stijl, hebben

(1) .... tanti clerici, tanti patris, tanti doctoris memoriam, non existentes ingrati, devotum habentes affectum, quem vivum non potuimus rehabere, ipsius jam defuncti a vobis ossa humiliter pro maximo munere postulamus, quoniam omnino est indecens et indignum, ut altera (natio) aut alius locus, quam omnium studiorum nobilissima Parisiensis civitas, quae ipsum prius educavit, nutrivit et fovit, et postmodum ab eodem nutrimenta et ineffabilia fomenta suscepit, ossa haec humata et sepulta habeat et detineat. — Chartul. 1. c.

(2) II Paradiso, X, 133—138:

Questi, onde a me ritorna il tuo riguardo,

E il lume d'uno spirto, che in pensieri Gravi, a morire gli parve esser tardo.

Essa è la luce eterna di Sigieri,

Che, leggendo nel vico degli strami,

Sillogizzö invidiosi veri.

(3) Vgl. Mandonnet, Siger de Brabant, p. 293—318 en, naar Baeumker, M. de Wulf, Hist. de la philos. médiévale (2e édit. 1905), p. 414.

19

Sluiten