Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

hadde bekreund. Ontegenzeggelijk. En toen de Aquiner bovendien zag, dat christengeleerden de christelijke oudheid als gezag aanvoerden, hield hij uitdrukkelijk rekening met den stand van het geding en wederlegde in zijn negende Quodlibetum en in zijne verhandeling Over de geestelijke Schepselen, op verzoenende wijze de schijnbaar strijdige getuigenissen van den H. Augustinus voor de stoffelijkheid der engelen (1). Hij toont, en met grond, dat de kerkvader overdrachtelijk spreekt en de potentialiteit 01 volmaakbaarheid der zuivere geesten materia noemt (2). Het verweer voor de eenheid van wezensvorm of ziel in iederen mensch viel licht. Al mochten tegenstanders het zóo ver brengen, dat drie jaren na Thomas' dood een ordebroeder, Robert Kilwardby, aartsbisschop van Canterbury, het thomistische leerpunt veroordeelde (3); wat men op Augustinus' gezag onzen Heilige tegenwierp was weinig meer dan een of andere tekst, dien deze als onecht afwees en daarenboven zonder moeite kon ontzenuwen (4).

Geschiedschrijvers van de wijsbegeerte hebben veel andere bijzonderheden ontvouwd, waarnaar Thomas' verhouding tot het Augustinisme kan worden beoordeeld. Met nieuwe studie van nog onuitgegeven scholastieke werken zal nieuw licht over dit vraagstuk komen. Eén ding staat inmiddels vast: de Aquiner heeft het zijn en handelen der menschelijke natuur dieper en scherper dan zijne tegenstanders doorschouwd; deels vage deels verwarde beginselen heeft hij tot klaarheid en eenheid gebracht.

In de katholieke wereld, waar hij, naast schrandere verdedigers, gedurende zijn leven en vele jaren na zijnen dood zoovele begaafde bestrijders vond, werden talrijke anti-augustijnsch ge-

(1) Quodl. IX, 6; De spiritualibus creaturis, i. Daarentegen wordt in de Summa theol. I, 50, 2 van Augustinus nog niet gewaagd, wel van Boetius.

(2) S. Thom. Quodl. IX, 6 ad 7 bezigt tot schetsing der ware zienswijze van den H. Augustinus het woord quasi materia, een term door dien Ieeraar zeiven, De Genesi ad litteram, VII, 6, no. 9 aangeduid; vgl. Confessiones, XII, 6.

(3) Bij Denifle, Chartul. Univ. Paris. I, 559. De veroordeelde stelling luidt in een akte van 18 Maart 1277: vegetativa, sensitiva et intellectiva sunt una forma simplex. — Over de latere hulde aan Thomas zie Mandonnet, Siger de Brabant, 253—255.

(4) S. Thom. De spirit creaturis, art. 3 ad 6: liber ille non est Augustini, nee est multum authenticus, et in hoe verbo satis improprie loquitur, etc. Vgl. S. Thom C. Gent. II, 58; Summa theol. I, 76, 3; Quodl. XI, 5; Comp. Theol. cap. 90.

«

Sluiten