Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

303; — verschil tusschen disputatio en disputatie de quolibet, 303 — 306.

S. Domenico Maggiore — te Napels, herinneringen aan Thomas' laatste levensmaanden in, 335, 358 — 360, 364.

Dominicus (H.) — geest zijner kloosterorde, 25, 45; — de studie daarin een wezenlijk element, 93 - 94; — prediking van den, 232, 236; — Thomas op het graf van den, 259.

Dominikanen (de) — te Napels, 29; — te Keulen, 51; — te Leuven, 81; — te Parijs, 49, 67; — te Rome, 177 —178; — regeling hunner studie, 68, 92, 131; — hunne prediking in de XlIIe eeuw, 232; — hoofdbeginselen bij die prediking, 236.

E.

Eli as (Raymond) — generaal der Dominikanen pleit voor Paus Urbanus V om de toewijzing van S. Thomas' gebeente aan de Dominikanen, 379.

Emeric — kanselier der parijsche universiteit laat Thomas van Aquino tot de licentia toe, 99.

Erasmus — de geleerde Benedictijn van Monte Cassino, 13.

E r a s m u s (Desiderius) — over Thomas van Aquino, 297.

Eu des (van Douai) — vergoedt op edele wijze zijn onrecht tegen de kloosterlingen, 109, ui.

Evangelie (het eeuwig) — waarin dit bestond, 100.

F.

Fossa nova — de abdij van, 370; — Thomas verklaart er een gedeelte van het Hooglied, 372 — 374; — herinneringen aan Thomas te, 374; — het sterven van den Heilige te, 376—378.

Franciscus (H. van Assisi) — zijn Lofzang aan de Zon, 147; — zijne prediking, 232.

Franciscus (de Silvestris) — over Thomas' wijsgeerige Summa, 165 — 166.

Franciskanen (de) — verkrijgen in 1231 een leerstoel aan de universiteit van Parijs, 71; — strijd, 98; — hun prediking, 232; — bij het sterfbed van den H. Thomas, 376.

Frederik II (Keizer) — 9, 22, 38;

— bestrijding van kloosterorden door, 33; — waarom hij de Dominikanen vervolgde, 39 — 40; — werkt mede tot de gevangenneming van den H. Thomas van Aquino, 37; - zijn nederlaag voor Viterbo, 41; — in den ban op de kerkvergadering van Lyon (1245), '35; — een bewonderaar van Averroës, 278;

— zijn dood te Fiorentino, 135.

G.

Gaddi (Taddeo) — zijn schilderstuk der wetenschappen, 20; — triomf van St. Thomas door, 290; — geen authentiek portret van Thomas door, 332.

Geloof en rede — valsche theorieën omtrent de verhouding tusschen geloof en rede, bij het arabische en joodsche rationalisme en bij de arabische en joodsche orthodoxie, 155 —157-

Theorie van Thomas v. A. over, 157 — 162; 172; 192; 205 — 2085282; 285 — 286; 308; 341-342.

Genade (de) — van Christus, volgens Thomas het hoofddenkbeeld van St. Paulus' Brieven, 295 — 296.

Genade en natuur — een beginsel van Thomas over, 192, 343.

Gerard (van Abbeville) — zijn boek Tegen den vijand der christelijke volmaaktheid, 267 — 268.

Gerard (van Borgo San Donnino)

— zijn Inleiding tot het eeuwig Evangelie, 100; — dit boek veroordeeld te Anagni, 101.

Gerard (de Frachet) — ziet in de studie der heidensche wijsgeeren een gevaar voor de vroomheid, 101.

Ghi bellijn — wat er school achter dien naam, 39.

Godfried van Fontaines - kan-

Sluiten