Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

in zijne verdediging en bevestiging van het evangelie. Ts . . . xat beteekent: zoowel als, maar ziet niet op twee afzonderlijke momenten in Paulus' leven. In zijne banden, die hij als een bewijs van Gods genade beschouwde, had de verdediging en bevestiging van het evangelie plaats gehad. De verdediging en bevestiging zien niet op Paulus' zendingswerkzaamheid te Rome, noch op het gebeurde bij het verhoor voor den keizer, waarin de lezers moeilijk hadden kunnen deelen, maar op Paulus' geheele optreden te Rome. Negatief was Paulus te werk gegaan, door beschuldigingen van allerlei aard af te wijzen, en positief door de waarheid van zijn evangelie te verdedigen of te bevestigen. Paulus spreekt vaak van de hem in zijn ambt bewezene genade Gods als van de "/dpt? (Rom. 1:5, Gal. 2:9, 1 Kor. 3: 10). — Ambrosius heeft „gaudii' en las dus "/apstc. J. Weiss (Theol. Litz. 1899, Sp. 263) stelde '/psta; voor, wat palaeographisch te verdedigen, maar niet noodzakelijk is. De lezers waren ouvxotvwvot van de hem betoonde genade, waaruit voortvloeit, dat ook Paulus naar die gemeenschap hartelijk verlangde. — Vs. 8. Dit kon de apostel niet bewijzen en daarom roept hij God als getuige aan, hoezeer hij naar de Filippiërs verlangde. Dit verlangen behoeft niet te zien op overkomst of bezoek (2 Kor. 9: 14). Paulus verlangde naar de gemeenschap met de lezers sv o—Xdyyvot? Aptoxo'j lr(avj, met de liefde van Christus Jezus, d. i. niet eene liefde, die allen, Joden- en heiden-Christenen omvatte, maar eene liefde, die zoo sterk was als de liefde van Christus. 1~)Ay/yrx = D'örn, ingewanden, zetel van de gewaarwordingen,

en verder de gewaarwordingen zelve, hier de liefde. Zoo staat 2: 1 anXiy/va synoniem met oixTtpjxot'. Alen moet niet vertalen: in het hart van Christus Jezus, alsof de liefde van Christus ten gevolge van de mystieke eenheid tusschen Christus en de Christenen in het hart van Paulus gezeteld zou zijn.

Vss. 9—11. Tot nu toe heeft de apostel gezegd, waarom hij dankt. Thans komt de voorbede, welke hij nadrukkelijk aankondigt met xat touto TTpoasó/ofxat. Paulus heeft vs. 6 gezegd, dat hij vertrouwt, dat het goede werk bij de Filippiërs voortgang hebben mocht. Dit vertrouwen heeft hij gemotiveerd en nu bidt hij, dat zulks geschieden mocht. Paulus bidt, dat de liefde der Filippiërs steeds meer en meer overvloedig worden mocht, natuurlijk de liefde tot anderen, niet tot Paulus. Deze liefde moet een zuiver,

Sluiten