Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

verblijden zou, behoefde hij die blijdschap niet afhankelijk te stellen van het gedrag der Filippiërs. Mij dunkt: wij moeten als volgt exegetiseeren: Paulus weet, dat hij bij de Filippiërs blijven zal tot bevordering van hun geloof. Deze zekerheid is evenwel volgens het geheele redebeleid niet absoluut, want hij weet niet eens vast, of hij wel blijven zou. Nog veel minder kon hij met volstrekte zekerheid zeggen, dat hun roem overvloedig zou zijn in Christus Jezus over hem. Dat hing natuurlijk niet alleen van Paulus, maar ook van de lezers zeiven af. Hij moest komen, maar zij moesten zich waardig gedragen. Daarom voegt Paulus er de beperking bij: „Alleen gedraagt u het evangelie van Christus waardig"! De zin is niet juist gevormd en zou moeten luiden: tva sits sXÖujv za; iowv ujjictï sits otüiov zat axouoa? ta xspl 'jjacov zt£., of i. p. v. zal iowv Ojjidt?: t'oio. Zooals de

constructie thans luidt, heeft er een zeugma plaats. 'Azoóou behoort wel bij araóv, maar niet bij sXöwv zat iöióv. Wanneer men iets ziet, behoeft men het niet te hooren. Men zou i. p. v. azouu) verwachten jxavöavtu of atodavofxat. Ook is er nog eene andere ongelijkmatigheid. Eerst schrijft Paulus in het algemeen ra —spt UfAÜiv, daarna waarop het eigenlijk aankomt: oxt ar/(zs"s xts. — FIoXtTSuso&at = burger van eenen staat zijn, zich als zoodanig gedragen, zijne burgerplichten waarnemen. De apostel denkt hier aan het Godsrijk, dat aan zijne burgers verplichtingen oplegt. Zij moeten geheel in 't algemeen zich als burgers van het Godsrijk goed gedragen, nl. het evangelie van Christus waardig, d. i. het door Paulus gepredikte evangelie. Eensgezind moet de gemeente zijn. Zij moet staan in éénen geest naar buiten (i : 27—30) en naar binnen (2: 1—5). — "Oxt ar/(zSTS sv svi -vsu(j.aTt = dat gij vaststaat in éénen geest, niet in den Heiligen Geest, maar in één beginsel. Zij moeten kinderen ééns geestes zijn. Dit staan in éénen geest moest zich nader openbaren als een oovaöXsfv (uta tvü ™'<7ts[ toü De eenheid in het godsdienstige

moet leiden tot eene psychologische eenheid. Het moet worden, alsof zij één individu met ééne waren, d. i, de sterkst

mogelijke eenheid vormden. Zij moeten tezamen of gezamenlijk strijden (auvaf)Xefv) ten bate van het geloof des evangelies, d. i. de overgave van het hart, de aanneming yan het evangelie, hier als een object voorgesteld. Iltat'.; is hier niet = de predikingvan het evangelie, zooals Lightfoot wil, die T7j raVïct niet als

Sluiten