Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Vs. 4—ii vormen de rustige, nadere ontvouwing van vs. 3b, dat Paulus en de gelijkgezinden niet op het vleesch vertrouwden. Met vs. 4 begint geen nieuwe zin en een asyndeton bemerk ik in deze verzen niet. Vss. 4b, 5. Indien iemand meent, het hem goed toeschijnt, op vleesch, uitwendige dingen als afkomst, besnijdenis, werken der wet, zijn betrouwen te stellen, Paulus doet het nog veel meer (scil. 8oxu> TUSTCOtdivat). Vgl. 2 Kor. 11: 16—22. Zulk eenen roem evenwel beschouwt Paulus als dwaasheid. Paulus is niet besneden als een proseliet op verderen leeftijd, maar naar de wet als een kind van acht dagen (TceptxojJLlQ Dat. van betrekking, OKTa/jfASpo;, vgl. Tcxap-aio;, Joh. 11: 39, en uitdrukkingen als tpr/jjispo;, TSTpa^jAêpo?, TusvfWjjispGS, ös^/jfiepo?, die eigenlijk een duur aanduiden, zoodat op den achtsten dag niet eene zeer nauwkeurige vertaling is). Hij is van echten Joodschen huize, uit het geslacht van Israël (theocratische eerenaam van zijn volk, vgl. Rom. 9: 6, niet louoato;). Paulus was uit den stam van Benjamin, d. i. uitdien stam, die na de afscheiding van de tien stammen aan het rijk van Juda getrouw gebleven was en zich het zuiverst van vreemde inmenging had vrij gehouden. Hier is niet met Lightfoot aan het praerogatief te denken, dat Israels eerste koning uit den stam van Benjamin afkomstig was. Ook Rom. 11: 1 beroept Paulus zich op zijne afstamming van Benjamin. Paulus was een Hebreër uit de Hebreërs (vgl. 2 Kor. 11: 22). 'Eppatos staat Hand. 6: 1 tegenover 'EXXïjviaTr,?. Hiermede is uitgedrukt, dat Paulus de Hebreeuwsche taal sprak en Hebreeuwsche gewoonten en zeden hield. Te Jeruzalem was hij door Gamaliël onderwezen (Hand. 22: 3) en hij sprak het Hebreeuwsch vloeiend (Hand. 21: 40, 22: 2). Uit Hebreeuwsch sprekende Joden, als een echte Palestijnsche Jood was hij geboren, waaruit blijkt, dat waarschijnlijk eerst Paulus' ouders naar Tarsus zijn gegaan. Onjuist is de met Fil. 3: 5 samenhangende meening van Hieronymus (De vir. ill. c. 5), dat Paulus te Giscala in Galilea geboren zou zijn. Vgl. mijne „Gesch. B. N. V." bl. 1. — Naast deze overgeërfde voorrechten bezat Paulus er nog, die de vrucht van zijne eigene inspanning waren. — Vs. 6. Gemeten met den maatstaf der wet (xaxa vcSpov) was hij een Farizeër, behoorde tot de strengste richting onder de Joden (Gal. 1: 14), en wat zijnen ijver betrof (C^Xo; hier neutri generis evenals 2 Kor. 9: 2) vervolgde hij voortdurend de gemeente (Gal. 1 : 13). Wat de

Sluiten