Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

eind der eerste eeuw leefde (zoo nog Völter, bl. 27). Hiervoor ontbreekt elk bewijs en de naam Clemens komt veelvuldig voor. De namen der overige medearbeiders (niet bepaald apostolische) worden niet genoemd, maar daarvan gezegd, dat zij geschreven staan in het boek des levens. De uitdrukking „boek des levens" is ontleend aan het O. T^,, waarin wij de voorstelling vinden, dat Jahwe in een boek allen opgeteekend heeft, die in het leven zullen blijven. Vgl. Ex. 32: 32, Ps. 69: 29, Jez. 4: 3, Ez. 13: 9, Mal. 3: 16. Zij, wier namen in het boek des levens opgeschreven zijn, behooren tot de theocratie, en wordt de naam uitgewischt, dan mist men de zegeningen der theocratie. Dan. 12:1 enz. wordt het toegepast op hen, die de zegeningen der onsterfelijkheid zullen verkrijgen. Ook in de latere Joodsche theologie wordt vaak van het boek Gods gewag gemaakt, waarin niet alleen de namen, maar ook de daden der vromen opgeteekend worden. Ook zijn er hemelsche tafelen, waarop het lot der menschen en alles, wat op aarde geschiedt, tevoren vermeld is. Uit het N. T. vgl. men Lk. 10: 20, Hebr. 12: 23 en vooral het boek der Openb., waarin deze uitdrukking eene staande geworden is (3: 5, 13: 8, 17: 8, 20: 12, 15, 21: 27, 22: 19, vgl. Herm. Vis. 1,3).— Vs. 4 keert terug tot 3: 1, nadat Paulus verschillende vermaningen en opmerkingen gegeven heeft. De blijde gemoedsstemming, welke Paulus vervult, wil hij ook bij de lezers zien. In den Heer, d. i. in zijne gemeenschap, moet men zich verblijden, en dat wel te allen tijde, niet alleen in blijdschap en voorspoed. maar ook in druk. Zoo schreef de gevangen Paulus. Wederom of nog eens wil ik zeggen (tA'Kvj £pü>), niet zal ik zeggen in de toekomst: Verblijdt u' — Vs- 5- De vreugdevolle stemming moet naar buiten openbaar, aan alle menschen bekend gemaakt worden. To e-tstzs; 6(i.u>v = yj cTT'.stzstct fjjjiajv. Ook hier weder staat het neutr. adj. i. p. v. een subst. Vgl. 3: 8 to ü-=pf/ov. 'Eutstz^;, als vrucht van de blijdschap, is wat pas geeft, zachtmoedig, toegevend, verdraagzaam, synoniem met Tit. 3:2, met sip'/jvizo';,

eü-$ul)r(;, fxsoTb; èXsou;, Jak. 3: 17, met /rrrp-'j-, iroXuéXeo;, Ps. 85 (86): 5, met ayado;, 1 Petr. 2:18, met «ptXav&pwm? 2 Makk. 9: 27. Deze eigenschap werd volgens 2 Kor. 10: 1 bij Christus zeiven gevonden. Zachtmoedig moest men zijn in den omgang met alle menschen, dus ook met niet-Christenen. „De Heer is nabij" is een triomfantelijke uitroep. Vgl. 1 Kor. 16: 22 Maranatha, Rom. 13: 12, Jak. 5: 8. De nabijheid van de parousie moet

Sluiten