Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

prrz3 prijzen. Verder ontwikkelde zich V in het praeteritum der redupliceerende verba. Bv. vvl veel, tï't leet, sli'p sliep en wr%r werd.

Wgerm. t.

§ 98. i verschijnt als r. Bv. sxrn» schijnen, srrns schrijven, sriv» schrijven, strïma striemen, bli'v» blijven, drïv» drijven, vz%r ijzer, wrzs wijzen, krk3 kijken, sFrf stijfsel, pvp pijp, tïk tijk, wrs wijze.

§ 99. i verschijnt als v. Bv. krvts krijten, bvts bijten, smrts smijten, strrks strijken, slvp3 slijpen, gri'ps grijpen, strrm striem, pi'n pijn, kvn kiem, Irm lijm, strf stijf, Ivf lijf, vvf vijf, xci'f wijf, vrouw, wvs wijs (adj), gris grijs, i's ijs, lis lijst, trt tijd.

§ 100. v in silbenauslaut voor vocaal wordt afwisselend i'j of ij. Bv. snijd, snijs snijden, rrp, ri/3 rijden, strrje, strije strijden, glvp, glij3 glijden.

§ 101. i in silbenauslaut door uitval van w wordt ij. Bv. spija spuwen, snij3 sneeuwen.

§ 102. V im auslaut wordt ij. Bv. brij brij, drij drie, vrij vrij, gij jij, gij, hij hij.

§ 103. v wordt i voor tt of ^-verbinding. Bv. wit wit (vgl. vet), distf dissel, lix licht (adj.), di% dicht.

Wgerm. 3.

§ 104. ö wordt ü. Bv. ar%müt armoede, b^drüf bedroefd, blut bloed, blUrn bloem, buk boek, brük broekland, dük doek, dün doen, grüs dichte graslaag, glüt gloed, güt goed, hüt hoed, hüf hoef, ku koe, kük koek, kul kuil, lüd^r boos wijf, müdjr moeder.

Aanm. ö bleef bewaard in mó%r wijfjeskonijn.

§ 105. 5 voor i (;') in de volgende lettergreep wordt

Sluiten