Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

§ 199. t in auslaut gaat verloren na spirant. Bv. Iets laatst, dös dorst, vus, vuist, bos barst, rös rust, e/jJcs angst, pax pacht, slex slecht, re% recht, lóx lucht, krax kracht.

Deze t komt in de flexie weer te voorschijn. Zie § 196.

§ 200. t in auslaut na m valt af. Hier had zich een p ontwikkeld die nu slotmedeklinker geworden is. Bv. emp mier, nemp neemt.

§ 201. W g m. d, tS, p.

Deze dentalen zijn dezelfde ontwikkelingsgang gegaan daar $, p reeds vroeg tot d geworden zijn.

Een uitzondering maakt p in het suffix ipa. Deze komen als t voor, terwijl de voorafgaande vokaal gesyncopeerd is Bv. le>itd lengte, breid breedte, grot3 grootte, wrts wijdte, verte, zwu^ts zwaarte, në-tfe laagte, (neerte).

Aanm. In g^mejnt gemeente, bu$t buurt is de slotvokaal afgevallen en t in auslaut gekomen.

§ 202. d in anlaut verschijnt als d. Bv. dïï%r duur, dük doek, dï.%r dier, dax dag, drk dijk, drugs dragen, dd-t dood, dip diep, dak dok, düd%l%k duidelijk, drëjs draaien, dvf dief, durv» durven, don dun, drij drie.

§ 203. d in inlaut, alleenstaand, bleef d in: ëd3 eeden, mejdd meiden, hejds heiden

§ 204. d in inlaut, alleenstaand, werd ; in: broj» braden, striye, strijd strijden, trëjs treden, blaji bladeren, bladeren plukken, huj3 hoeden, bëjs bidden, gujs goede, do'je dooden, lëja ledematen, vrëjs wreede, m'jfr wijder, verder, rö-jqy rooder.

§ 205. d in inlaut, alleenstaand, ging verloren voor

Sluiten