Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

mos3 musschen; vis visch, mins mensch, as asch, tes zak (tasche).

§ 222. kk wordt vereenvoudigd tot k. Bv. lek3 likken, weke wekken, ak%r akker.

Wgra. g. y.

g bestond in het Ond. slechts in de verdubbeling en als eindelement in de verbinding ng. In de overige gevallen werd de spirant y gehoord.

§ 223. gg wordt g en vervolgens zachte spirant g in inlaut en harde % in auslaut. Bv. hg» liggen, zeg3 zeggen, broga bruggen, brgx brug, mox mug, ro% rug, wex wittebrood, dro-% droog.

§ 224. g in ng is tot geworden in inlaut en in auslaut. Bv. bre)$ brengen, zo\3 zingen, sprii\3 springen, vrvty» wringen, tót\ tong, e>$ eng, lmj lang, jó>i jong, zö>i zong, vi">i ving, hr>i hing, gnj ging.

Werd tot im auslaut naast in: lai^k lang, jör^k jong, rirtft ring.

Aanm 2. g werd tot % in hón%x honing.

§ 225. De eindklank in ng werd tot k voor s en voor t, ook al is deze afgevallen. Bv. e^ks angst, htt^ks hengst, jot^ksks jongetje, hij dwn\k hij dwingt, zit^k zingt, vu^k vangt.

§ 226. y is in anlaut en in inlaut als zachte spirant behouden. Bv. gal&x galg, golt goud, gelqx geelachtig, bleek, gel%p weelderig, groen, bronstig, grö-t groot, gons gindsche, jcig» jagen, nëg$l nagel, spijker, b^drvg» bedriegen, bog^l beugel.

Aanm. 1. Wanneer aan ; een op t eindigend praefix vooraf ging werd 3 tot x öntxelds ontgelden , óntxön ontgaan.

Sluiten