Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

van nature eigen en wettig recht om te verkrijgen

en te bezitten".

Aanleiding tot deze stelling gaf het gedrag der republiek Mexico tegen het kerkelijk vermogen. De Kerk heeft een oorspronkelijk, haar als maatschappij toekomend legitiem recht, ook op inkomen en bezit voor zooverre dit tot verwezenlijking van haar godsdienstig doel noodzakelijk is. Dit recht der Kerk is geen gevolg der staatsgenade. De instandhouding der kerkgebouwen, de uitoefening van den eeredienst, het onderhoud der geestelijken is zonder geld en goed niet mogelijk. Dus heeft de Kerk, onafhankelijk van den staat, een recht op deze goederen, die zij noodig heeft. Inderdaad, indien de enkele, indien de maatschappijen op aandeelen en vereenigingen het recht om te verkrijgen hebben, waarom niet de grootste vereeniging, de Kerk ? Voor de rechtsbescherming, die de staat aan de kerkgoederen verleent en te verleenen verplicht is, betaalt de Kerk hare belastingen als een ieder ander. Het is geheel onjuist, dat de staat op al het tijdelijke een uitsluitend recht heeft. Dit recht heeft de staat niet eens tegenover de particulieren. Het is onwaar, dat „de keizer regeeren, de Paus bidden moet". Het kerkelijk vermogen is tegenover den staat even zoo goed particulier vermogen, als dat van particuliere personen, het is geen openbaar staatsbezit.

De amortisatiewetten, die het verkrijgen van goederen \an een bepaald soort, of van eene bepaalde waarde voor de Kerk van de toestemming van den staat afhankelijk maken, zijn onrechtvaardige uitzondederingswetten, daar die tegen Rothschild en de groote kapitalisten, die meer hebben dan de Kerk, het geld echter niet zoo goed besteden als deze, door den staat

454

Sluiten