Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

beslissen, kan slechts degene loochenen, die aan Ormuzd en Ahriman gelooft. Wanneer Hoensbroech de huwelijkswetgeving aan den staat toekent, dan doet hi; hiermede afstand van het christelijk standpunt, dat het huwelijk een sacrament is. Hoensbroech is gelukzalig in de almacht van den staat, moge zij hem genadig zijn. Het geschreeuw van Hoensbroech tegen de trouw der Kerk bij het houden der concordaten is direct in tegenspraak met de feiten. Niet Pius IX heeft het Oostenrijksche concordaat verbroken, maar de protestantsche minister-president graaf Beust. Ook het Fransche concordaat is in 1906 niet door Pius X verbroken, maar door de ministers Clémenceau en Briand. Het 22 bladzijden lange gezeur van Hoensbroech tegen de „indirecte macht der Kerk" wordt insgelijks door de feiten gebrandmerkt.

Niet de indirecte macht heeft den Franschen staat in onze dagen verdrukt, maar wel de directe macht der Fransche politie tegenover weerlooze priesters, monniken en nonnen. Dat dit ook vroeger reeds is gebeurd, moest toch von Hoensbroech uit den tijd toen hij nog Jezuïet was, uit de kerkgeschiedenis weten. Ten slotte laat Hoensbroech den Syllabus, nadat deze in, 79 stellingen „knotsslagen gevoerd heeft tegen de autonome zelfstandigheid der menschelijke cultuur-ontwikkeling", den arm tot den laatsten vernietigenden slag opheffen: „Non possumus! Ik kan mij met verzoenen en verstaan met dat, wat vooruitgang, liberalisme en beschaving genoemd wordt" (121). Weder eene vervalsching! Hoenbroech's slagen tegen den Syllabus zijn geen knotsslagen, maar slagen in de lucht.

2. Goetz.

Met den liberalen oud-Katholieken universiteits510

Sluiten