Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

uitwasschen niet koud water. Met dc grootere oplosbaarheid van AgCl in warm water, en in sterk zoutzuur vooral bij verwarming, heeft men rekening te houden bij de scheiding der chloriden door oplosmiddelen (zie hierna).

De oplosbaarheid van HgCl in water van gewone temperatuur bedraagt, volgens bepaling van Kohlrausch en Rose '), 3 mG. per Liter, en het schijnt niet bekend te zijn of deze door toevoeging van HC1 vergroot of verkleind wordt. Zeer geringe hoeveelheden kwik (Hg') komen dus in het Altraat en waschwater.

Loodchloride is het meest oplosbaar, nl. 1:135 in koud water en 1:30 in kokend water 3). Door toevoeging van weinig HC1 wordt de oplosbaarheid wel verkleind, zoodat oplossingen met 0,5 °/0 Pb nog door overmaat HC1 na eenig staan precipiteeren, doch de grootste hoeveelheid van het lood zal in den regel wel in het filtraat en het waschwater opgelost aanwezig zijn.

Men zou evenwel dwalen door uit deze oplosbaarheid te concludeeren dat kleine hoeveelheden lood uitsluitend in het Altraat en niet in het neerslag worden gevonden. Indien namelijk zilver of kwik (Hg ) naast het lood aanwezig is, wordt door het neerslag van AgCl, resp. HgCl, het loodchloride in het neerslag medegesleept en bij het uitwasschen sterk vastgehouden. Dit verschijnsel zou,, behalve op de gewone adsorptie van opgeloste stoffen aan de oppervlakte van vaste stoffen, nog kunnen berusten op een mechanische insluiting door het neerslag, isomorfe menging of op vorming van basisch zout'). In ieder geval bleek mij de hoeveelheid, die door AgCl en HgCl, ook na lang uitwasschen, geoccludeerd blijft, afhankelijk van de concentratie aan lood der oorspronkelijke oplossing, die met HC1 werd behandeld.

Reacties op lood.

a. Loodchloride zelve is bij kristallisatie uit water, of beter nog uit met HC1 zwak aangezuurde oplossing, zeer goed te herkennen aan de door Behrens (Anleitung, 2e dr., bl. 72) beschreven eigense,happen. De naalden springen door hun sterk lichtbrekend vermogen gemakkelijk in het oog; de ruitvormige kristallen hebben daarentegen veel zwakkere omtrekken.

Om kleine hoeveelheden loodchloride nog tot kristallisatie te brengen,

1) naar Dammer's Handbuch d. Anorg. Chem., bl. 622.

2) naar Schmidt, Pharmaceut. Chem., anorg., he dr., bl. 677.

3) Loodchloride in waterige oplossing geeft bij langdurige verwarming in het waterbad een troebeling van basisch zout of carbonaat.

/

Sluiten