Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

dunder is, maar in ieder geval hunne scheeve uitdooving duidelijk vertoonen. Daarnaast treden ook wel dubbelpyramiden op, die veel op het kaliumbismuthoxalaat gelijken. Reageert men met kaliumoxalaat, dan heeft men kans, hoofdzakelijk een rhombisch (althans recht uitdoovend) dubbelzout te verkrijgen, dat zich minder goed van andere reactieproducten (zie reactie Bi, a) onderscheidt.

Indien men de hoeveelheid reagens eenigszins naar verhouding neemt van de hoeveelheid zout, waarop gereageert wordt, en dus voor sporen kadmium ook slechts een stofje oxaalzuur aanwendt, is de reactie zeer gevoelig, hoewel zij door de volgende reactie (b) in gevoeligheid verre wordt overtroffen.

Daar de andere metalen van de kopergroep ook zeer moeilijk oplosbare oxalaten geven (zie bij reactie Bi, a) is het voor de toepassing dezer reactie in den regel noodig, kadmium eerst van Pb, Bi en Cu af te scheiden (zie hierna).

b. Een uitstekend reagens op kadmium is ook het rubidiumchloride, mits op bijzondere wijze aangewend. Van de mogelijke dubbelzouten van kadmiumchloride met rubidiumchloride heeft, het kadmiumtetrarubidiumchloride (4 RbCl, CdCL) een merkwaaidig geiinge oplosbaarheid in eene geconcentreerde rubidiumchloride-oplossing H en ik bevond bovendien, dat het kristallisatie-vermogen van dit dubbelzout zeer groot en de kristalvorm zeer constant is.

Ter uitvoering van deze reactie bereidt men zich vooiaf eene veizadigde oplossing van RbCl, door dit zout op een horlogeglas met weinig water (een druppel water op + 100 mG. zout) te laten vervloeien. Het kadmiumzout (chloride of nitraat) wordt door verdamping van de oplossing op het voorwerpglas tot den vasten toestand gebracht en na afkoeling met een kleinen druppel van de verzadigde RbCl-oplossing bevochtigd. Ter plaatse van het kadmiumzout verschijnen dan onmiddellijk de kristallen van het 4 RbCl-CdCl2 en wel als zuivere, sterk lichtbrekende rhomboëders, die zich zeer vaak, dooi vastgroeiing aan het voorwerpglas evenwijdig met oP, projecteeren als regelmatige zeshoeken, van welke echter de ribbenflguur van den rhomboeder r.og gemakkelijk waarneembaar blijft.

De zeshoekige figuren blijken dan ook isotroop te zijn, de ïhoniboëders des te sterker anisotroop, naarmate zij meer schuin liggen,

i) Zie E. Rimbach, Ueber Verbindungen des Cadmiumcblorids mit Rubidiumchlorid, Ber. d. D. Chem. Ges., 35, 1902, blz. 1306.

Sluiten