Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

zekerheid van uitvoering (naast Al en Cr) overtroffen door de bekende reactie met ferrocyaankalium in verdund zure oplossing op ferrizout. l)e afscheiding van ferriferrocyanide als intens blauwe vlokjes is ook onder het microscoop zoo duidelijk waarneembaar dat bij zwakke vergrooting (zie blz. 2) eene hoeveelheid van 0,002 ,"G ijzer J) nog zichtbaar te maken is. In de allermeeste gevallen zal men ter erkenning van ijzer zelfs met een reageerbuis-reactie (gevoeligheidsgrens 0,01 mG. ijzer) kunnen volstaan.

De boven aangehaalde kristalreacties hebben vooral bij de erkenning naast aluminium en chroom het bezwaar dat zij door deze metalen min of meer gestoord worden, wat met de Berlijnsch-blauw-reactie niet het geval is. Ik zie dus van de beschrijving dezer kristalreacties af daar zij in de practijk toch niet gebruikt zullen worden.

Reaoties op Aluminium.

a. De vorming van aluin dat steeds in regulaire vormen kristalliseert, waarbij de octaëder op den voorgrond treedt, is zoowel volgens Haushofer (l.c., bl. 12) als volgens Behrens (l.c., bl.99) de geschiktste microchemische reactie.

Behrens heeft aan het weinig oplosbare caesiumaluin den voorkeur gegeven en beschrijft uitvoerig op welke wijze men dit op het voorwerpglas heeft te bereiden. Mijne ondervinding met deze door Haushofer eveneens zeer geroemde reactie, is een zeer eigenaardige. Het reagens (caesiumchloride) dat ik ongeveer 8 jaren geleden van de firma Haën (Seelze) betrok, leverde uitstekende resultaten. Men behoefde volstrekt niet minitieus de concentratie aan aluminium en zwavelzuur te regelen, zooals B. dat aangeeft, om toch onmiddellijk na de toevoeging van het reagens eene afscheiding te zien optreden van een groot aantal fraai gevormde octaëders. De reactie was zeer gevoelig, ook bij geringe concentraties aan Al, had evenwel alleen het nadeel van eveneens met ijzer (in tegenstelling dus met wat B. vermeldt) en chroom moeilijk oplosbare aluinen op te leveren van gelijken vorm en die zich bij de geringe grootte dezer kristallen ook niet door hunne kleur onderscheidden. Eene volledige scheiding van Al van de beide andere tertiaire basen was dus noodig. Evenwel is dit gevoe-

i) De gevoeligheid dezer reactie staat dus nagenoeg gelyk met de onlangs door Emioh en Donau (Monatsh. f. Chem. 28, 825, naar Chem. Centr., 1907, II, 1443,) aangegeven kleurreactie door middel van het rhodaanijzer in de coloristische capillair, waarvoor zij de aantooning van 0,0025 uG F als grens aangeven.

12

Sluiten