Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

het verdampingsresidu van de gemengde zouten met overmaat platinachloride uit te trekken met spiritus van 80 pet.; doch deze bewerking kan niet op het voorwerpglas geschieden, en wanneer het residu dezer behandeling bij bezichtiging onder het microscoop niet den duidelijken octaëdervorm vertoont, kan het, zooals boven is aangegeven, door verhitting ontleed en door verdere omwerking nader geïdentificeerd worden. Voor het aantoonen van nog geringere hoeveelheden kalium naast natrium kan het eerste geprecipiteerd worden als kaliumkobaltnitriet (zie bij de scheidingen).

Magnesiiimzouten geven zelve geen kristallisatie met platinachloride en storen de reactie op kalium slechts weinig. Alleen verhoogt de aanwezigheid van magnesium zeer merkbaar de neiging van kaliumchloride tot dendrietvorming. Overigens is kalium (0,1 ,«G) nog naast de tienvoudige hoeveelheid magnesium zonder bezwaar rechtsteeks aantoonbaar. Bij 1 : 100 wordt het resultaat onzeker en bij nog ongunstigere verhouding komt hot kaliumplatinachloride, mede door de hygroscopiciteit van de magnesiumzonten, niet meer tot kristallatie. Dan dient eene verwijdering van deze laatste vooraf te gaan (zie bij scheiding).

b. Kaliumperchloraat, dat door Behrens niet wordt genoemd, komt in de tweede plaats in aanmerking ter aantooning van kalium (zie Haushofer, Alikr. Reakt., bl. 57). Neutrale en niet zeer geconcentreerde oplossingen van kaliumzouten geven met overchloorzuur magnifieke kristallen, die rhombisch zijn (althans recht uitdooven) en die ik wel tot 40 ,» groot zag worden. De kristallen zijn sterk lichtbrekend en hebben scherp gevormde hoeken en kanten.

De gevoeligheid dezer reactie is bijna even groot als die van a. Eene 1 pet. oplossing van K reageert nog onmiddellijk en bij zeer verdunde oplossingen laat men indrogen, waardoor nog 0,1 uG K aantoonbaar wordt.

De reactie heeft het voordeel van de onderscheiding van kalium en ammonium mogelijk te maken, want ammonium-perchloraat is in water gemakkelijk oplosbaar.

Men kan dan ook zeer goed het ammoniumperchloraat als reagens gebruiken. Men heeft dan het voordeel dat alle vaste reagentia voor kristal reacties aanbieden, maar dient op te letten, dat bij indroging van den druppel het ammoniumperchloraat in dezelfde fraaie, rhombische, kristallen te voorschijn komt. Ook hier gaat de gevoeligheid der aantooning tot 0,1 ,"G K, doch dan is het noodig het droog residu

17

Sluiten