Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

mensch alles doen wat hem in het brein schiet, dan ware zelfs in eene maatschappij van twee personen de orde geen oogenblik gewaarborgd. Ondanks de physische vrijheid bestaat er een zedelijke band, een zedelijk moeien voor den wil. Of liever juist omdat hij physisch vrij is, moet hem een zedelijke band worden aangelegd. x) Deze band, dat moeten noemt men verplichting. Verplichting is de eenige wijze, waarop de vrije mensch binnen de perken kan gehouden worden, de eenige wijze ook. die voor zijn redelijke natuur passend is.

Ken verplichting nu kan opgelegd worden door een gebod of door een wet. Een heer, die zijn knecht een boodschap laat doen, geeft geen wet, maar een gebod. Zoo noemt men niet wet, tenzij hoogstens in overdrachtelijken zin, de regeling, die een huisvader in zijn gezin voorschrijft. Eene wet gaat steeds uit van de overheid eener volledige maatschappij: van het staatsgezag voor den Staat, van het kerkelijk gezag voor de Kerk. van Ood voor het menschdom.

Wij spreken hier alleen van zedeli/jl:e wetten. Immers, daar zijn wetten van conventie, van wellevendheid enz. ; waaraan men ook zegt, dat men zich houden moet. Doch dat is niet een moeten, dat het geweten raakt. Wie zulke wetten versmaadt moge onfatsoelijk, onverstandig handelen, maar wordt daardoor niet een slecht mensch. Daarentegen is de overtreding eener zedelijke wet, juist omdat deze het geweten bindt, eene verkeerde handeling. Wat onder zulk eene wet door iedereen verstaan wordt

!) Zie Encycl. van Z. H. Leo XIII, „Libertas praestantissimum", over de menschelijke vrijheid.

Sluiten