Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Zij bestudeert de stoffelijke goederen, in zoover zij het voorwerp zijn van de werkzaamheid der menschen in de maatschappij. Het verloop daarvan gaat zij na; de zich daarbij voordoende verschijnselen neemt zij waar; dezer onderlinge verhouding zoekt zij te achterhalen; en zoo tracht zij „de wetten vast te stellen, die de werkzaamheid, welke de mensch met betrekking tot de stoffelijke belangen der maatschappij ontwikkelt, beheerschen. Zie de eerste definitie.

Men kan nader vragen, waarin de werkzaamheid van den mensch bestaat, hoe zij zich ten opzichte der stoffelijke goederen in de maatschappij uit. Het antwoord hierop leeren wij kennen uit deze drievoudige beschouwing: hoe worden bedoelde zaken voortgebracht? hoe moeten zij zich over de maatschappij verdeelen ? naar welke regels richt zich hun gebruik? Welnu, van de voortbrenging, de verdeel iny en het verbruik der stoffelijke goederen in de maatschappij spoort de economie de wetten op. Vergelijk de tweede door ons aangehaalde definitie. Daarmee hebben wij tevens gevonden de verdeeling dezer wetenschap, zooals die door bijna alle staathuishoudkundigen wordt aangenomen.

15. Sommige schrijvers noemen de economie een onderdeel van de moraal. Wij voor ons kennen haar liever den rang van wetenschap op zichzelve toe. De wetenschappen toch worden naar haar voorwerp van elkander onderscheiden; en de zedenkunde heeft tot onmiddellijk voorwerp het zedelijk goed, de economie het nuttige goed. Wij kunnen haar daarom niet als onderdeel der zedenkunde

Sluiten