Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

deren in de maatschappij, beheerschen. De wetten nu in den eigenlijken zin van het woord, waarnaar wij ons in onze vrije handelingen moeten regelen, zijn de zedenwetten, waarvan wij vroeger spraken (n°. 6 en volg.); dus wetten, die een gewetensplicht opleggen, die den physisch vrijen wil zedelijk binden. Deze hooren thuis op het gebied der moraal. Maar daar zijn nog andere wetten, die de vrije werkzaamheid regelen, de zoogenaamde economische wetten. Deze zijn het onmiddellijk voorwerp der economische studie. Eigenlijke wetten, die in geweten verplichten, zijn het niet: zij hebben meer overeenkomst met de physische wetten, die de natuurkundige tracht op te sporen.

Door den mensch een vrijen wil toe te kennen, maakt men hem nog niet tot een wezen, waarop men in het geheel geen staat kan maken, dat zonder eenige regelmaat, en misschien zonder eenige reden nu links dan rechts uitwijkt. Integendeel, hij heeft bepaalde neigingen, die in de natuur zelve wortelen en daarom aan alle menschen gemeen zijn; die de vrijheid niet opheffen, maar wier invloed de wil toch ondergaat, en wel zoo, dat in het algemeen genomen, iedereen die neigingen volgt. Daardoor ontstaat voor vele gevallen onder de menschen eene standvastige en gelijkvormige wijze van handelen, die men als een vasten regel kan opvatten. Zoo zal iedereen een dreigend gevaar trachten te ontloopen, tenzij hij bijzondere reden heeft om het te trotseeren. Laat een paard in een drukke straat op hol slaan; gij weet van te voren, dat alle wandelaars plaats zullen maken. Zij doen het vrijwillig en toch doen zij het allen. Op zulke regels kunnen uitzonderingen voorkomen, en daarom leve-

Sluiten