Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

schen goederen een dubbele bestemming toe: zij moeten ofwel dienen voor de productie, dat is voor de voortbrenging van nuttige zaken, zooals fabrieken, grondstoffen, werktuigen; ofwel zij dienen voor de consumtie, dat is om hetzij onmiddellijk zooals eetwaren, hetzij middellijk zooals het arbeidsloon, in een of andere behoefte te voorzien. Naar deze bestemming worden zij verdeeld in productie- (of voortbrengings-) goederen en constantie- (of genots- of verbruiks-) goederen. Wijl nu, door deze indeeling volgens hunne bestemming, hun aard van middel, waardoor zij voor een of ander doel geschikt zijn, meer uitkomt, spreekt men ook wel van productie- en consumtiemiddelen. Sommige zaken moeten nu eens tot de eene soort, dan eens tot de andere gerekend worden. B.v. de steenkolen in de fabriek zijn een productie-goed, maar 's winters in de huiskamer gebruiken wij ze als consumtie-goed. De voorraad van goederen, die zelf voortgebracht zijn en tot nieuwe voortbrenging dienen, wordt kapitaal genoemd.

20. Bij de economische goederen komt het essentieel aan op hun nut, en daaraan ontleenen zij hunne waarde, d. w. z. hun economische waarde, welke alleen in de economie wordt beschouwd, en welke wij aan de goederen toekennen om hun nuttigheid of bruikbaarheid voor het stoffelijk leven. Wij waardeeren eene zaak om hare bruikbaarheid ; niemand hecht waarde aan volkomen nuttelooze dingen. De economische waarde der goederen bestaat dus in hun economisch nut (d. i. de bruikbaarheid voor het stoffelijk leven), in zoover dit door den mensch geschat

Sluiten