Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

elke theorie, die van den eigendom geheel en al een positief recht maakt, te verwerpen is, m. a. w. het is niet eenvoudig menschenwerk.

Boven zeiden wij reeds een woord over de meening, dat de oorspronkelijke rechtstitel een verdrag zou zijn. Daar zijn sommigen, die beweren, dat een verdrag de laatste grond van den eigendom zou zijn. Aanvankelijk zouden dan de menschen in gemeenschap van goederen hebben geleefd; maar bij het toenemen van hun aantal kwamen zij in zooveel moeilijkheden, werd de onderlinge vrede zoo herhaaldelijk verstoord, dat zij overeenkwamen de eigendommen te verdeelen. Zoo ontstond de private eigendom als eene vrije, zuiver menschelijke vinding. — Maar zulk een verdrag als feit aangenomen, waarvoor geen enkel bewijs bestaat, is dat nog niet de laatste grond van het eigendomsrecht. Dan hebben zij eenvoudig gedaan, waartoe de natuur hen drong en waarvoor zij aan ieder het abstracte recht had geschonken. Zulk een verdrag ware dan eenvoudig eene wijze geweest, waarop aan de natuurwet gevolg werd gegeven. Wij moeten dus ook in deze opvatting tot het natuurrecht teruggaan.

Zij vooral die geen natuurrecht aannemen, doen het eigendomsrecht geheel steunen op de positieve staatswetten. De staat heeft het ingevoerd evenals b.v. het stemrecht, en kan het dus rechtens ook afschaffen. Maar men bedenke, dat de instelling van den privaten eigendom en derhalve ook het eigendomsrecht, een eisch is van de natuur onafhankelijk van den staat; dat het reeds moest bestaan voordat er een staat was, die het bij een positieve wet kon invoeren. En laat de staat eens beproe-

Sluiten