Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Dat is niet het geval bij het arbeidscontract. De arbeidskracht staat niet gelijk met eene koopwaar; zij is niet eene zaak. die los is van den mensch, maar zij is een deel zijner persoonlijkheid; en daarom kan hij niet het volledig eigendomsrecht daarvan overdoen, maar alleen het gebruik daarvan aan een ander toestaan. De patroon ontvangt niet het dom int uw di rectum, maar slechts het dominium itfile zijner arbeidskracht (n". 85).

Daar zijn er, en onder hen ontmoeten wij enkele katholieken, die meenen, dat uit het arbeidscontract noodzakelijk eene vennootschap ontstaat. De arbeid heeft het kapitaal noodig en dit den arbeid. Welnu door het arbeidscontract vereenigen zij zich als vennooten. Daaruit wordt dan logisch afgeleid, dat de gemaakte winst naar evenredigheid moet verdeeld worden, zoodat den arbeider een deel der winst uit rechtvaardigheid toekomt. (Zie n°. 31). Nu valt de mogelijkheid niet te ontkennen, dat kapitaal en arbeid zich vereenigen tot een vennootschap. Wie kapitaal bezit, maar geen kennis van zaken, kan zich verbinden met een compagnon zonder geld, maar bekwaam om het werk te verrichten. En gebeurt dat, dan is de gevolgtrekking omtrent de winstverdeeling alleszins juist.

Doch die vereeniging van kapitaal en arbeid is niet de I-enig mogelijke. Wie eene zaak drijft met opgenomen geld, voldoet volkomen aan de rechtvaardigheid, wanneer hij den vooraf bepaalden interest betaalt, en de winst, hoe groot die ook zij, voor zich houdt. Daar is van vennootschap geen sprake: doch het kapitaal is daar om zoo te zeggen in dienst genomen van den arbeid. Het arbeidscontract nu brengt eene tegenovergestelde ver-

Sluiten