Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

r. Staat liet vast, dat de arbeider zelt' van liet minimumloon moet kunnen leven, dan is het bewijs zoo moeilijk niet, dat hij bij den laagsten loonstandaard een huisgezin moet kunnen onderhouden.

(«elijk ieder mensch, heeft ook de arbeider het natuurlijk recht 0111 te huwen en het huwelijk overeenkomstig zijne instelling te gebruiken. Wat voor den mensch in het algemeen geldt, slaat ontwijfelbaar ook op een maatschappelijken stand, zoo uitgebreid en zoo onmisbaar in de maatschappelijke organisatie als de arbeidersklasse; nl. dat op dien stand de collectieve plicht rust om huwelijken te sluiten en derhalve ieder individu, iedere arbeider het recht daartoe heeft. Dat niet alleen; maar voor de groote massa der arbeiders moet ook de niui/el ijkheid om dat recht uit te oefenen ten volle bestaan. De groote massa moet het zelfs feitelijk uitoefenen. Een arbeider in het algemeen genomen — bijzondere ongunstige omstandigheden werpen den algemeenen regel niet omver — is een man, die ofwel getrouwd is ofwel minstens de gelegenheid moet hebben tot het aangaan van een huwelijk met al wat daaraan verbonden is.

Maar dan is het toch duidelijk, dat hij dat recht zóó moet kunnen uitoefenen, dat hij niet maatschappelijk behoeft te dalen en van de liefdadigheid afhankelijk worden. Wel zien wij liet onderscheid tusschen het recht om zijn leven te onderhouden en het recht op een huwelijk: liet eerste is tevens een persoonlijke plicht, het laatste is slechts een collectieve plicht, en dus een recht, dat het individu ongebruikt kan laten. Maar een recht is het, een recht, dat hij moet kunnen uitoefenen. Dan gaat onze redeneering

Sluiten