Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

maar wijzen er slechts op, dat het doel, waarnaar die pogingen streven, nl. den arbeider eigenaar te maken van zijn eigen huis, van het grootste maatschappelijk belang is. Daardoor wordt de zin tot sparen opgewekt. De arbeider gevoelt meer zichzelf, is zich meer zijne zelfstandigheid bewust, is geen proletariër meer, heeft als eigenaar iets te verliezen en heeft grooter belang bij de bestaande maatschappelijke orde. Daarbij heeft het huisgezin meer vastheid verkregen, de kinderen hebben een ouderlijk huis, het zijn niet langer halve-nomaden te midden der beschaafde wereld. De geheele arbeidersstand moet er bij winnen, wanneer die mogelijkheid openstaat.

Andere middelen tot verheffing van den arbeidersstand, waartoe het openbaar gezag de behulpzame hand kan reiken, gaan wij verder stilzwijgend voorbij.

189. Met de sociale quaestie heeft niets de armoede uit te staan, wel het pauperisme (n°. 42). Dit is een blijvende toestand, waarin een groote volksmassa verkeert; een erfelijk geworden ellende, gepaard met moedeloosheid, zorgeloosheid, gewoonlijk ook met zedeloosheid en verwildering. Daarin kan en moet een blijvende verbetering aangebracht worden. Doch armoede zal altijd door een deel van het mensehdom worden geleden. Het verschil tusschen rijk en arm blijft in elke maatschappelijke ^orde bestaan. „De armen zult gij altijd bij u hebben '). Daar vindt de liefdadigheid haar arbeidsterrein. Doch daar heeft zij niet het onmogelijke ten

') Matth. XXVI, 11.

Sluiten