Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

* alleen als men de toelagen aan de seculiere geestelijkheid »onthoudt." ')

In April 1903 deed De pressensé namens 27 socialistische afgevaardigden een voorstel, dat opheffing vroeg van het concordaat en secularisatie van alle kerkelijke goederen, ook van de kerkgebouwen. Daar dit voorstel de bedoelingen van de Sociaal-democratie en ook van het moderne ongeloof a la hackel duidelijk aangeeft, mogen hier eenige Artikelen van de 98 worden aangehaald.

Art. 12. Het kosteloos gebruik van kerken, zoowel kathedralen als parochiekerken, houdt met 1 Januari volgend op de uitvaardiging dezer wet op.

Art. 21. De Staat is en blijft eigenaar van alle Kathedrale kerken, aartsbisschoppelijke en bisschoppelijke woningen en seminaries, de burgerlijke gemeente eigenaar van parochiekerken en pastories.

Volgende alinea's behelzen bepalingen over de verhuring der geconfiskeerde goederen en volgens Art. 22 kunnen staat en gemeenten in het huurcontract bepaalde voorwaarden voegen, waarbij zij zich het recht voorbehouden om op bepaalde dagen en ook des Zondags op bepaalde uren de kerken te gebruiken om burgerlijke, nationale of gemeentelijke feesten te vieren.

Art. 36 bepaalt, dat de politie tijdens de godsdienstoefeningen het toezicht zal uitoefenen.

Wel zeer kenmerkend is het, dat geen enkel socialistisch blad de onverdraagzaamheid, welke uit verschillende bepalingen spreekt, heeft afgekeurd, dat dit wetsvoorstel alom in de socialistische pers is toegejuicht.

Intusschen zijn ook in de partijprograms van andere

'.) Neue Zeil, 1903 i. s. 506.

68

Sluiten