Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

dan valt liet op, dat er langzamerhand «-een sprake meer is van de localisatie van de ziel of de algemeene categorieën als verstand, wil, geheugen, opmerkzaamheid, maar veel meer van den functioneelen samenhang van bepaalde hersengedeelten met bepaalde perifere oiganen.

Als dus de localisatietheorie heeft overwonnen, dan is dat omdat zij een andere stelling heeft bemachtigd dan op wier verovering zij uitging.

Als de leer der homogene hersenfuncties het afgelegd heeft, dan is zij toch geen duim breed geweken van haar oorspronkelijk standpunt, dat de intelligentie, de wil. het geheugen, niet opgesloten liggen in enkele hersendeel cn of circonvoluties.

Als wij ons afvragen: wat is er na al die localisatie eigenlijk gelocaliseerd; wat voor beteekenis is er te hechten aan de gevonden centra, dan bevinden wij ons nog steeds voor het oude probleem in een nieuwen vorm. Inderdaad is de definitie van het begrip centrum uiterst moeilijk. Ik geloof dat, als men van een centrum spreekt men denkt aan een zekere veelheid van dingen, waarvan één de meeste en meest directe rapporten bezit met al de andere. Het komt er dus vooral op aan met welke individuen men zich bezig houdt. Ken monarch is het centrum van de monarchie, de huismoeder liet centrum van het gezin; zij onderscheiden zich van de andere individuen, die liet rijk of hot gezin samenstellen, doordat zij de meeste directe rapporten hebben met de andere leden. Do hersenen kan men het centrale orgaan, hun functie de centrale functie noemen, als men de organen van het lichaam of de orgaanfunctics als eenheden beschouwt, omdat zij het grootste aantal directe invloeden daarvan ondergaan en er op uitoefenen.

Die centra zijn daar niet om zich zelf, niet 0111 te genieten van dat grootste aantal rapporten, zooals dat in een slechte monarchie wol eens mag voorvallen, maaide werkelijke beteekenis er van is, dat dooi' middel van

Sluiten