Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Zooals begrijpelijk is, waar bij deze ziekte de aandoening van de luchtwegen zoozeer op den voorgrond treedt, hebben nagenoeg alle onderzoekei-s hun onderzoek in hoofdzaak bepaald tot dat van het sputum der zieken.

P o u 1 e t echter onderzocht in 1867 microscopisch de uitademingslucht der lijders en vond daarin kleine infusoriën, van welke sommige behooren tot de groep, die als Monas of Bacterium Termo beschreven wordt, ander^ beweeglijke bacillen zijn.

Jansen (4) kon deze bacillen evenwel in het sputum niet vinden, doch beschrijft groenachtige, kernhoudende, peervormige lichaampjes, voorzien van lange uitloopers, die een levendige, rollende beweging vertoonen. Hij durft dezen echter geen specifieke beteekenis toe te kennen.

Den eersten uitvoerigen arbeid over dit onderwerp heeft Letzerich (5—7) geleverd. De kinkhoest wordt volgens hem veroorzaakt door een schimmel, waarvan de sporen de ziekte verbreiden. In het slijmetterige sputum van het stadium catarrhale vond hij de kleine, eivormige, roodbruine sporen, ten deele pas in den aanvang van hun ontwikkeling, ten deele reeds thallusdraadjes vormend; in het taaie, slijmige sputum van het stadium convulsivum is het mycelium gevormd, een spinneweb van thallusdraadjes, aan welke levendige sporenontwikkeling plaats vindt. Met het bloote oog kan men deze ophoopingen van sporen zien als wittere haardjes. Al naarmate de sporen zich sneller ontwikkelen en verbreiden, gaat het catarrhale stadium sneller in het convulsieve over.

Deze schimmel, rein gekweekt op in melk gedrenkt wittebrood en by jonge konynen in de tx*achea gebracht, verwekt een tracheaalcatarrh, die na 8—10 dagen se-

Sluiten