Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

mogelyk van alle verdachte kolonies dekglaspraeparaten en reinculturen werden gemaakt, bacillen, die in eenig opzicht aan den bac. z deden denken, ons zelfs telkens in twyfel brachten, of we hem niet in handen hadden. Regelmatig merkten wij hierbij dezelfde bacteriën op, die tot moeilijkheid aanleiding gaven: het meest waren dit kleine, soms wat ovale coccen, die opaker kolonies vormden en bij voortkweeken geen coccobacillen bleken te zy'n; voorts kleine bacillen met poolkleuring en langer dan 0,5 ,«t, bovendien van veel korter levensduur dan de bac. z; ditzelfde gold van uiterst kleine, moeilijk kleurbare coccobacillen, die dikwijls in korte kettingen lagen; voorts langere, vaak parallel gelegen staafjes met eigenbeweging enz..

Toch durfden we uit dit negatieve resultaat geen gevolgtrekkingen maken, daar we den bacil slechts uit een korte congresmededeeling kenden.

Intusschen was Dr. M a n i c a t i d e zoo vriendelijk aan ons verzoek om nadere gegevens omtrent zijn bacil te voldoen, door ons een agarcultuur van den bac. z te zenden, benevens eenige fleschjes van het door hem bereide serum en eene uitvoerige monographie over dit onderwerp, die reeds in het vorige jaar te Jassy het licht had gezien.

De ons toegezonden cultuur verschilde niet weinig van de beschrijving. Mogelijk had zjj haar eenigszins saprophytischen groei te danken aan langdurig voortkweeken; we vernamen echter niet, hoe lang dit geschied was.

Op agar groeide de bacil in een vrij dikke, roomachtig witte laag, terwijl de kolonies op de agarplaat na 24 uur (37 o) wel IV2—2 m.M. in diameter konden worden; ze waren opaak, geelwit, rond, vrij bol, conflueerend; alleen de kleinere kolonies waren

Sluiten