Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

pleizier beveelt Aristoteles nergens aan, Integendeel hij veroordeelt zulk een leven in sterke bewoordingen. Een leven voor zijn pleizier noemt hij een jagen naar schijngoed „öpeyétrQxt toü hxovvro; wpQifm" (Eth. Nicom. IX, c. 8, p. 1169, a, 39). De oorzaak van deze dwaling is, dat de menschen, terwijl zij het hooger genot zoeken, bij vergissing naar het lager grijpen, oindat er inderdaad tusschen vermaak en het einddoel van hun streven eene zekere overeenkomst is. (Ar. Polit. VIII, c. 5, 1339, b, 25.)

Op de vraag of iemand zich zelf behoort lief te hebben, antwoordt hij door onderscheid te maken tusschen het lager en het hooger zelf, het zelf der hartstochten en begeerten en het zedelijk redelijk zelf. Yoor dat hooger zelf behoort men bestendig zorg te dragen en wie dat doet, behartigt tevens het welzijn van het geheel, waarvan hij een deel is. „Wanneer er een algemeene wedijver in den dienst van het lofwaardige werd ten toon gespreid en allen zich inspanden, om zoo mooi mogelijk te handelen. dan zouden daaruit voor allen te samen en voor ieder in het bijzonder de hoogste zegeningen voortvloeien, ttmtccv Ss &[m\\unèvuv irpoc to kx}.ov kz) hxteivoiihuv tx xxM.ta-x Tpxrretv xotvy txv ttxvt eïvi rx Ïsovtx xxi llix hxtttu tx /j-sytcrx tüj xyxiüv." Dus betaamt het den brave zelfzuchtig te zijn „afare tov /,ih xyuóbv Seï (pixxutov eJvxi." (1.1.) Maar dat is een zelfzucht, welke met zelfopoffering identisch is. Want zij kan iemand nopen om macht, eer, leven zelfs prijs te geven, ten einde datgene te behouden, wat meer dan dat alles waard is. (1.1.)

Geheel daarmede in overeenstemming noemt Aristoteles een leven aan musicaal genot gewijd verachtelijk. (Ar. Polit. YIII, c. 5, 1339, b, 25.) Hij minacht zulk een leven, omdat het zich laat leiden door den hartstocht in plaats van door de rede, en omdat het streeft naar lust in plaats van het zedelijk goede en schoone (Eth. Nicom. II, c. 9, 2) Den zelfmoord noemt hij een laffe vlucht uit de moeilijkheden des levens; den heldendood van

Sluiten