Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

om te genieten, gelast hem deugd en genot tegenover elkander te stellen, en zie wat er door dit onmenschelijk pogen van de eerste terecht komt". (pag. 186). Hier schijnt Pierson dus zelf te erkennen, dat de behoefte aan geluk rechtmatig mag heeten. Inderdaad, waarom zou de mensch voor zijn zaligheid onverschillig behooren te zijn? De Christelijke kerk steunt op dat streven naar zaligheid, als zij de menschen tracht tot bekeering te brengen. Maar smalend zegt Pierson, dat het Aristoteles' „paedagogische grondkracht" is en dat er dus bij zijn „empirisme" niet van „een zedelijk beginsel" sprake kan zijn. p. 186 en 187. Doch Aristoteles leert, dat de wijsheid (Qpi^nc) verre boven het genot staat. „Er zijn vele dingen, naar welke de mensch gaarne streeft, ook al volgde daaruit geen genot, zooals het zien, de herinnering, het weten, het bezit der deugd. Dat deze dingen noodwendig genot meebrengen, maakt geen verschil hierin, want wij zouden ze toch verkiezen, ook al brachten ze geen genot mede". (Erh. Nicom. X, c. 3, 12). En dat het genot niet het hoogste goed kan zijn, bewijst Aristoteles tegenover Eudoxus aldus: „Genot met wijsheid is een hooger goed dan genot alleen. Het genot is dus een goed, dat vermeerderd kan worden. En het hoogste goed is, zooals Plato heeft aangetoond, niet voor vermeerdering vatbaar. Genot kan dus het hoogste goed niet zijn". (Eth. Nicom. X, c. 2, 3.)

Aristoteles stelt het hoogste goed in tro<pix en <ppinwt. (Eth. Nicom. V, c 7, 1). De eerste is de wijsheid, die het Goddelijke, het onveranderlijke tot object heeft. De laatste is de wijsheid,

•J J

die den mensch te pas komt, in zoover hij een samengesteld wezen is, half redelijk wezen, half dier, een (tMem. De taak der QpSwth is de ontplooiing van het Goddelijke in den mensch voor te bereiden. De Qpóvw; is niet bloote kennis, maar het oog voor wat in ieder bijzonder geval goed en loffelijk is, 't welk enkel door het doen van het goede wordt verkregen. Of om met van der W ijck te spreken: „ij Zpóvwi; is zoo weinig bloote kennis

Sluiten