Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

zelfstandigheid. Een organisme is des te meer volkomen, naar mate de organen en hunne functiën meer uiteenloopen. Zoo heerscht ook in den rechten staat bij de hoogste eenheid de rijkste verscheidenheid en ontvangt ieder lid van het groote geheel een zelfstandig bestaan.

Hierin staat Aristoteles verre boven Plato, dat deze door zijn transscendent Idealisme revolutionair optreedt in het beschrijven van het ware staatsleven, terwij! Aristoteles door zijn immanent Idealisme de natuur en de ervaring tot haar recht laat komen. Plato wil de ongeneeslijke kranken, wier ziekte te veel zorgen baart, zonder meer laten sterven. Aristoteles wil, dat dezulken met medelijden behandeld en geholpen worden. (Eth. Nicom. III, c. 5 p. 1113, b, 38. Rhetorica, lib II, cap. 8). Plato geeft de voorkeur aan eene afzonderlijke klasse van heerschers. Aristoteles wil, dat de burgers afwisselend zullen regeeren en geregeerd worden. (Polit. VII, cap. 13). In de opvatting van Aristoteles komt de staatsburger als lid van het organisme van den Staat veel meer tot zijn recht dan bij Plato.

In het licht van deze politieke beginselen nu moet het slot der Ethica van Aristoteles beschouwd worden. Het kan niet zijn, dat hij, gelijk Lamers beweert, de deugd alleen zou kennen als legale deugd. Maar hij wil huiselijke en openbare instellingen, welke strekken tot het doen wortel schieten van goede gewoonten, en zoo den mensch die hoogte van uitnemendheid doen bereiken, in welke het hoogste goed bestaat. Dat hij het hoogste goed als een hoogste goed voor den mensch opvat, dus als gegeven met de menschelijke natnur, is juist een sieraad zijner Ethica. Een hoogste goed, dat buiten den mensch staat, een goed waaraan hij niet verwant is, zou hem enkel als een juk van buiten af kunnen worden opgelegd, als een juk waaronder hij uit vrees voor straf te buigen heeft. Echte zedelijkheid is, zooals Aristoteles reeds heeft ingezien en Kant na hem verkondigd heeft, niet met heteronomie, maar enkel met autonomie te vereenigen.

Sluiten