Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Het dubbelzout lost in geconcentreerde AgN03-oplossing op, terwijl bij toevoeging van alcohol een fijne kristalmassa van het andere zout (2:1) neerslaat.

J. Wislicenus houdt nog in B. B. 1871 p. 63 dit laatste zout Weltziens verbinding, voor een toevallig mengsel.

Retgers (N. Jahrb. f. Min. 1899. 2 p. 191) heeft bij het zoeken naar zware vloeistoffen voor de scheiding van mineralen ook de aandacht gevestigd op vloeibare mengsels van Ag N03 en Ag I. Ook hij bereidde ze uit waterige oplossingen, en vond daardoor verschillende samenstellingen, en in verband daarmede smeltpunten van 75° en 80°. Een meer systematisch onderzoek is daarop verschenen van de hand van Hellwig (Anorg. Chem. 1900. 25 p. 157) naar aanleiding van de elektroaffiniteitstheorie voor complexe zouten door Aisegg en BodlSnder.

Hij geeft de bereiding van beide zouten op met analyse en toont door oplosbaarheidsbepalingen bij 25° aan, wat bij toenemende concentratie van Ag NO3 en Ag I in de oplossing telkens de vaste stof is, die daarmee in evenwicht is. In die oplossingen zijn complexe moleculen, want het kookpunt van een Ag N03-oplossing

daalt bij toevoeging van Ag I.

Verder vindt hij, dat H,0, in kleine hoeveelheden met een bij gewone temperatuur aan dubbelzout verzadigde oplossing gemengd, de vloeistof troebel maakt en tot een verdunning van ± 2 N . Ag NO3 de verbinding 2 : 1 afzet, daarna tot 0.75 N . nog de verbinding 1:1 en eerst nu Ag I. Indampen van een oplossing geeft afscheiding van een mengsel van dubbelzout en Ag N03.

Door elektrolyse van oplossingen en onderzoek van de vloeistoffen aan de elektroden vóór en na het doorgaan van den stroom, toont hij voor t dubbelzout 2 . 1 aan, dat daarin Ag I als complex kation aanwezig is.

Als smeltpunt van het zout 2:1 geeft hij op 115° 116°,

Sluiten