Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

mengsel met 17.2 o/Q aft tjan werd niets bijzonders gemerkt in den gang van den thermometer bij regelmatige verlaging van het buitenbad en bleef dus het dubbelzout 2:1 uit; eerst na op 85° geweest te zijn steeg hij in 3 minuten tot 106°. Overigens was in alle mengsels de stolling na het ophouden der onderkoeling 3° a 5° beneden het bovenvermelde eutectische punt. "

B. Het eutecticum der twee dubbelzonten.

Bij de twee dubbelzouten en mengsels in samenstelling daar tusschen liggend bestaat eveneens sterke onderkoeling. Was die zooveel mogelijk voorkomen, dan was de vaste stof vrijwel wit; de geringe variatie in kleur verdween geheel bij het fijn wrijven.

Gevonden is, dat de mengsels met 37.5 en 42 0/,, beide bij 109° beginnen te smelten. Nadat het eutecticum bij deze temperatuur weggesmolten is, bleef bij beide no<>zooveel van het dubbelzout 2 : 1 over, dat dit een rnee"^ of min dikke brij vormde met de ontstane vloeistof. De volkomen overeenstemming der eutectische temperatuur voor be.de mengsels bewijst tevens, dat zich uit beide zuiver dubbelzout 2 : 1 afzet boven 10!)° en dus van meno-kristallen eventueel met dubbelzout 1 : 1 geen sprake £ We komen dus tot de conclusie, dat voor samenstellingen tusschen 33.33 en 50 % het evenwicht beneden

.nnoSm Jn Cn b°Ven de H->n van het eutecticum bij 109° (zie fig. 1, lijn E]EE2) is:

\ Ioeistot -f vast dubbelzout 2:1 en \ loeistof -j- vast dubbelzout 1 : 1.

De scheiding van deze twee gebieden ligt vol-ens de

graphische voorstelling bij 43.5 Q/o, wat de samenstelling

cus is van het bij 109° smeltende eutecticum der dubbel zouten.

Sluiten