Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

tonen verschilt, curve III — enz., curve VI weer van curve V.

2 4

Geenszins moet men dus aan K o e n i g's phaseverschil dezelfde beteekenis hechten als wij boven aan dit woord hebben vastgeknoopt. Doet men dit, zoo komt men tot liet eigenaardig besluit, dat K o e n i g, waav hij proeven deed, om den inrloed der phaseverschilleu op den klankaard rast te stellen, steeds door curven met eenzelfde constant phasererschil beproefde en desniettegenstaande een zoo duideljjken invloed dier niet verschillende phaseversehillen waarnam, als nocli vóór noch na hem iemand vermocht. Niet wil ik nalaten, hier dadelijk bij te voegen, dat uit mijne eigen proeven gebleken is, hoe eene reeks curven als I tot IV juist op ons oor alle denzelfden indruk maken, eene bevestiging achterna van onze afbrekende critiek op de verrichtingen der golvensirene.

Het is allermerkwaardigst, dat deze eigenaardigheid van Koenig's curven en de klove, die ze daardoor van H e 1 m h o 11 z scheidt, noch door anderen, noch door Her m a n n, die ze zoo ernstig en herhaaldelijk heeft uitgeplozen, zijn opgemerkt. ')

XXIII.

U it de manier waarop Herman n '-) Koeni g's curven mathematisch voorstelt, blijkt, dat hij het woord phasererschil nog weer anders opvat dan K o e n i g. Hij schrijft de curven in dezen vorm :

. . 1 . „ 1 . 1

I. y — stn x -f- — sin 2 x -|— sin 3 x -j sin 4 x 4- . . . .

4 9 10 '

II. i/ — sin x -f --- sin f 2 x — ^ jr^ -f ï sin (3 x — jt) +

+ ^ sin ^4 .c - | rr ) + ... . enz.

Om deze formules, wat het uiterlijk betreft, met de onze uniform te maken, vervangen wij x door 2 .t iV< en we krijgen :

') De curven van K <"> n i g, waarin «lus dc plinschetrckking der tonen constant is, verschillen inderdaad heel weinig van elkaar, terwijl juist de curven, waarin ook muur één loon zijn phasecersc/itl int't de underen wisselt, onder elkaar zeer sterk verschillen.

2) Pflüg. Arch. Bd. 5C blz. 470.

Sluiten