Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

XLIX.

't is hier de geschikte plaats om de proeven van 1' r a n z L i n d i g ') met de zoogenaamde tele/ooiiHvene. te vermelden, wijl ook deze onderzoeker met tweeklanken geëxperimenteerd heeft.

De telefoonsirene bestaat uit eene met kleine magneetjes radiaal belegde papieren schijf, die snel ronddraait, terwijl een van haar membraan ontdane telefoon dicht bij den rand is opgesteld. Men hoort dan in een tweede telefoontoestel, dat met het eerste verbonden is, een toon. De hoogte van dezen toon is gelijk aan het getal schijfomdraaiingen maal het aantal magneetjes, indien alle magneetjes met dezelfde pool naar den rand der schijl wijzen (gelijk pool plaatsing), maal de helft van bet aantal der magneetjes, wanneer steeds een noordpool met een zuidpool afwisselt (wisselpoolplaatsing). De tonen zijn niet enkelvoudig maar van boventonen begeleid, die zelfs tot den zesden en zevenden gehoord werden. Uit het onderzoek naar de aanwezigheid der boventonen trekt Lindig het besluit:

»Die Telephonsirene erzeugt bei gleichliegenden Polen der Scheibenmagnete die ganze Reihe der harmonischen Obertöne, bei Wechselpolen nur die ungeraden Teiltöne."

Hierbij moet ik direct opmerken, dat dus het door Lindig gebruikte instrument met betrekking tot de boventonen verre achterstaat bij de door Lord Keivin en mij gebruikte stemvorken. Deze laatste kunnen werkelijk beschouwd worden relatief enkelvoudige tonen te geven. Men hoort bij die stemvorken op resonantiedoozen met het ongewapende oor volstrekt geene boventonen.

Om den invloed der phasen te onderzoeken, gebruikte Lindig twee schijven met magneetjes en liet deze op twee membraanlooze telefonen influeuceeren. Door een van deze telefonen langs de bij haar behoorende schijf heen en weer te schuiven, kan de phasebetrekking tusschen de twee tonen veranderd worden.

Het besluit dat bij uit zijne proeven omtrent den phaseninvloed trekt, luidt als volgt;

»Verschiebt man zwei einfache Töne oder zwei Kliinge, die ein beliebiges Intervall bilden, in der l'hase gegeneinander, so bat dies

l) Ueb. cl. Eiuiiuss der 1'hoseu auf die Klangfarbe. Aim. derPhysik Jkl. 1U S. 24*2,19G3.

Sluiten