Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

dit liet geval is, hot veranderde beloop vast te stellen.

Uitgebreide onderzoekingen bij lage temperaturen zijn niet talrijk. In tijdsorde opgenoemd heb ik er de volgende gevonden.

S. von Wrobi.ewski 1). Hij onderzocht een koperdraad, doorsnede 0,04 mM., als zuiver door eene fabriek geleverd. De weerstandsmetingen zijn waarschijnlijk nauwkeurig genoeg. Maar de bepaling van de temperatuur is zeer onvoldoende, en hierin schuilen de grootste onnauwkeurigheden. von Wroislewski geeft niet nauwkeurig aan, hoe hij de temperatuur bepaald heeft, maar het stollingspunt van stikstof wordt aangenomen als — 20.°>°, terwijl het tusschen —209° en —210° ligt. Bij de bepaling in aethyleen, kokende onder verminderden druk, geeft hij aan: dicht bij het kritisch punt van stikstof—140", maar ook dit kan allicht eenige graden fout zijn. Meer vertrouwen verdienen de temperaturen, die von Wroblewski opgeeft voor aethyleen en stikstof kokende onder atmospherischen druk. Uit zijne metingen berekent hij

\\ >p — W

" ~ W0(T—T') bij verschillende waarden voor T en T'.

Veel is uit deze getallen echter niet op te maken. Hoogstens kan men er uit afleiden, dat de « toeneemt bij lagere temperatuur.

Caiu.etet en Bouty 2). Ze onderzoeken de metalen tin. zilver, magnesium, aluminium, koper, ijzer en platina.

') Wied. Ann. Bd. XXVI. -) Jouruiil de Physique. Juli 1885.

Sluiten