Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Wellicht is het verloop gemakkelijker na te gaan uit eene graphische voorstelling, die ik hieraan toevoeg (zie PI. I fig. 1). De waarden zijn herleid tot die van draden, die bij 100° alle een zelfden weerstand hebben.

Zooals te verwachten was, vertoonen de weerstandskrommen eene sterke bocht, nu met de bolle zijde naar de temperatuuras. Er treedt dus ergens een buigpunt op. Ofschoon de juiste plaats van dit buigpunt onbekend blijft, laten de proeven van Dewar over het bestaan er van toch wel geen twijfel. De nauwkeurigheden zijner temperatuur- en weerstandsbepalingen zijn waarschijnlijk wel niet groot; gegevens 0111 hierover een juist oordeel te verkrijgen ontbreken; doch het is wel niet aan te nemen, dat zoo groote fouten bij de metingen voorkomen, als zouden moeten worden aangenomen om het vinden van een buigpunt daaraan toe te schrijven.

§ 8. Onderzoekingen van Holborn '). Hij heeft eenige platinadraden vergeleken met een waterstofthermometer bij temperaturen tot het kookpunt van vloeibare lucht (-191°,7). In het geheel gaat hij den weerstand na van 6 draden en drie ervan worden direct met den waterstofthermometer vergeleken. De drie andere met één van

de aldus geijkte.

De platinadraden zijn gewonden op een micakruis en 5 ervan voorzien van platina toeleidingsdraden, zoodat thermostroomen goed vermeden kunnen worden. Ze zijn omhuld door eene glazen of porceleinen buis; komen dus

Drude's Ann. d. Physik. Bd. VI.

Sluiten