Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Toen later voor de toeleidingsdraden 2 mM. dikke koperdraden werden genomen, schenen de bewerkingen om den weerstand binnen een als boven beschreven nulpuntsvat te brengen door de stugheid van de koperdraden voor den cylinder met draad te veel gevaar op te leveren. Nu werd (verg. tig. 2a, pl. III, Meded. N°. 27) een buis genomen (zie Pl. II tig. 3), van boven nagenoeg luchtdicht door eene caoutchoucstop gesloten, waardoor gingen de 4 toeleidingsdraden t3 ,... ,t6, een buisje om de vloeistof' erin te distilleeren </, een gevoelige thermometer (uit een toestel van Beckmanx) en eene mechanische roerinrichting r. De thermometer en roerder werden erin gebracht, omdat het ijs nu niet tot boven de caoutchoucstop kan worden opgestapeld: lu. uit vrees voor binnendringen van vocht, 2°. uit vrees voor geleiding tusschen de toeleidingsdraden door het ijs. Men zou dus de zekerheid missen, dat de vloeistof do temperatuur van het ijs aanneemt, temeer waar hier de toeleidingsdraden zooveel dikker waren dan in het eerst beschouwde geval. Toch bleek de temperatuur, als het vat in ijs gebracht was, niet meer dan 0Ü,02 van 0° te verschillen.

Er werd weer een buisje met phosphorpentoxyd aan den tap li bevestigd, zoolang de weerstand in het vat bewaard werd.

S 5. De metingen bij lage temperaturen.

Nadat het nulpunt op boven beschreven wijze bepaald was, werd de weerstand in de cryostaat gebracht, waarin de vloeibaar gemaakte gassen werden afgeschonken. Voor de uitvoerige beschrijving verwijs ik op Meded. 83.

Sluiten