Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

GESCHIEDKUNDIG OVERZICHT DER AETHERISCHE OLIËN ')■

Reeds bij de volkeren der oudheid waren sommige planten hooggeschat om hare welriekende geuren, en al vroeg wisten zij daarvan gebruik te maken voor het balsemen der lijken (o.a. bij de Egyptenaren). bij feestmaaltijden en bij hunne offeranden.

De oudste oorkonden vermelden echter niet. hoe zij de aromatische stoffen afzonderden en of zij de kunst van destilleeren verstonden, al is het zeker, dat de Egyptenaren de Terpentijnolie, de Teerolie en het Colophonium reeds kenden en gebruikten. Zeer waarschijnlijk werden ook sommige aromatische producten, die zich als zoodanig uit de plant afscheidden, onverwerkt gebruikt (Benzoë).

De eerste geschriften, die tot ons gekomen zijn, waarin wordt aangegeven, hoe ver ten tijde der Romeinen de kennis der aromatica gevorderd was en hoe zij verkregen werden, zijn die van Dioscorides (De Materia medica), Plinius, (Naturales Historiae Libri 37), en Galenus (Opera omnia), terwijl de Arabieren omstreeks de 9e eeuw reeds eene beschrijving geven van aetherische oliën, door destillatie verkregen.

') Veel hiervan is ontleend aan het werk van Fr. Hoffman en E. Gildemeister «Die Aetherischen Oele".

Sluiten