Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Het urethaan, volgens Leuckart (B. 20. 115) van sm. 133°, volgens Bertram en Walbanm (J. pr. II 49 p. 6) van sm. 138°—139° was, zooals reeds vroeger vermeld is, niet anders te verkrijgen dan als enkele onzuivere kristalletjes met een sm. van 101°.

Uit de volgende fracties kon eene hoeveelheid verkregen worden, die bjj 229°—232" overging, terwijl het meeste kookte van 231°—232°. Dit deed mij vermoeden, dat geraniol aanwezig kon zijn en dus werd een gedeelte volgens Erdmann en Hnth (.T. pr. II 53. 40 en 56. 15) behandeld met phtaalzuaranhydride. Zij verhitten 10 c.c. rhodinol (= geraniol) met 8,6 gr. fijn gepoederd phtaalzuuranhydride zoo lang op het waterbad in eene kolf met opstaanden koeler, tot eene heldere oplossing verkregen is. Het reactieprodukt moet dan korten tijd met waterdamp behandeld worden, om verontreinigingen en resten van onveranderd geraniol te verwijderen. Dan wascht men eenige keeren met heet water, dat zich van het taaivloeibare esterzuur door decanteeren gemakkelijk scheiden laat en droogt het aldus van het ongebruikte phtaalzuur bevrijde esterzuur in een schaaltje op het waterbad. In 1897 schrijven zij, dat rhodinolphtaalesterzuur eene kleurlooze, dikvloeibare, reukelooze olie is, die onoplosbaar is in warm water, een eigenaardigen, bitteren smaak heeft, terwijl zelfs sporen ervan op de slijmhuid sterk en aanhoudend branden. Later is ze, vast verkregen met een sm. 47°, oplosbaar in chloroform, alcohol, benzol, aceton, aether en in warmen petroleumaether (Flateau en Labré C. r. 126. 1726).

Volgens dit voorschrift werd nu 5 c.c. der fractie 231°—232° behandeld, maar het meeste phtaalzuur werd ongebonden teruggevonden. Wel bleef er na herhaald uitwasschen met warm water een weinig van

Sluiten