Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

hot kaneelaldehyde uit den stambast verdwijnt.

Verder kon in deze bastolie nog worden aangetoond, op dezelfde wijze, als dat in de wortelbastolie gedaan is:

Pineen. Zie blz. 22.

Benzaldehyde.

Eugenol. Zie blz. 44.

Het methylamylketon door Walbaum und Hüthig (Journal für praktische Chemie 1902. 47) in bastolie aangetoond, was in dez° olie niof w"t ^'j

een druk van 10 mM. ging niets beneden 5U° over, terwijl dit lichaam bij dien druk reeds bij 30° kookt.

Ten slotte nog iets over de olie uit de bladeren derzelfde boomen.

Over de olie der bladeren bestaat eene uitgebreide litteratuur. Stenhouse heeft daarin reeds in 1855 (A 95. 103) groote hoeveelheden eugenol aangetoond. Verder hebben Sch. en Co. deze olie onderzocht, terwijl het vooral de studie van Weber (Ar. 230. 232) geweest is, die ons de bestanddeelen dezer olie heeft doen kennen.

Eigenaardig is het, dat, zooals door v. R. gevonden is, jonge bladeren bijna geen aetherische olie bevatten, maar dat oude, afgevallen bladeren er nog tamelijk rijk aan zijn.

Ik bepaalde mij er toe, om, volgens de methoden door Umney gegeven en door Sch. en Co. (Sch. 190311 52) eenigszins gewijzigd, het eugenolgehalte in de bladeren te bepalen. Ik gebruikte 3% ge natronloog en vond een eugenolgehalte van 76°/o.

'Verder kon kaneelaldehyde door schudden met natriumbisulfiet opl. en door ontleding met Na2C03 worden

Sluiten